Gastenboek E-mail update Reislinks

Drukbevolkt West-Java


Belevenissen vooraf
Voorgaande reizen
Algemene zaken
Europa
Rusland
China
Vietnam
Cambodja
Thailand
Maleisië en Singapore
Indonesie
Laos
Turkije
Griekenland
Italie
Afrika
Weer thuis

Datum: 21-26 April 2002

Lees op onze Engelstalige website meer over West Java.

Hollandse villawijk op west-Java

Vanaf Padang op Sumatra pakken we de boot naar Jakarta. De hoofdstad van IndonesiE is uitgegroeid tot een overbevolkte metropool. De gevolgen hiervan strekken zich uit over een groot deel van West-Java. Hoewel er ook nog jungle en andere natuur te vinden is, kenmerkt dit deel van Java zich vooral door drukke steden en uitvluchtoorden voor de rijkere uit de stad.

Vroeg op

Om 4.00 in de morgen moeten we eruit om per minibus van Bukittinggi naar Padang te worden gebracht. Als we helemaal aangekleed zijn willen we onze schoenen van buiten pakken. Tot onze verbazing zijn die echter verdwenen. Hoewel we nog rondspeuren leggen we er ons maar bij neer dat ze gestolen zijn. We trekken dus onze slippers maar aan en smeren een paar broodjes als ontbijt. Als ons busje voorrijdt verschijnt plots het slaperige hoofd van de hoteleigenaar. Het blijkt dat hij onze schoenen had binnengezet en zo kunnen we alsnog met schoenen op weg naar Padang.

Gedurende onze rit naar Padang verbazen we ons erover hoeveel mensen er op dit onchristelijke uur al in de weer zijn. Het zijn dan ook geen christenen, de moskee heeft ze rond 4.30 uur al wakker gejengeld en dus begint men aan de dag. Het busje haalt nog wat meer mensen op en om 7.00 uur arriveren we in de haven van Padang.

Pelni boottrip

De "Nusini", het enorme Pelni-schip dat ons naar Jakarta zal brengen, ligt al op ons te wachten. We betreden de loopplank en eenmaal binnen krijgen we aan de "Informasi"-balie de sleutels van onze hutten. De meisjeshut van Sabine ligt vlak tegenover de jongenshut van Patrick dus dat komt mooi uit. We maken kennis met de hutgenoten (3 Indonesische meisjes bij Sabine en 4 Indonesische mannen en een Italiaan bij Patrick) en gaan de boot verkennen.

Het blijkt dat de onderste dekken bestemd zijn voor de derde en vierde klasse (wij dus) en de ekonomi-klasse. Deze laatsten slapen in een grote zaal, met dun matrasje en weinig plek voor bagage. We zijn blij dat we daar niet voor gekozen hebben, zeker omdat wij nog een locker hebben. De bovenste dekken zijn voor eerste en tweede klasse, maar zo te zien zijn daar niet erg veel passagiers.

In onze hutten halen we nog wat slaap in totdat om 10.00 uur de boot vertrekt. We zwaaien flink mee tot we uit zicht zijn en we de Indische Oceaan opvaren. Gedurende de dag lopen we wat rond en zoeken we naar wat zitplekken. De enige zitruimte is achterop het schip bij een soort cafetaria. Maar hier is het door de brandende zon op het plastic afdakje zo heet dat we het al snel ontvluchten. Dan maar op de grond langs de railing, waar we wat lezen en schrijven tot we een blikken achterste krijgen. Dan gaan we maar naar onze hut om te relaxen.

Vergeleken met de busritten is reizen per boot prima. Het valt ons wel op dat de grote boot nog flink deint op de golven. Als we wat beter kijken zien we dat de golven op de oceaan, ondanks het rustige weer, ook flink hoog zijn. Maar wij hebben er geen last van. Een meisje in de hut van Sabine wordt er wel zeeziek van. De maaltijden, rijst met wat kip of ei in de sambal en wat natte groenten, zijn aan haar dus niet besteed. Wij hadden het slechter verwacht, al zijn het geen culinaire hoogstandjes.

Na een dag varen we de Sunda straat door. Tussen de vele eilanden moet ook de beroemde vulkaan Krakatau zich bevinden. We speuren ons een ongeluk en vragen het aan eenieder, maar uiteindelijk missen we hem toch.

Hectisch Jakarta

Een paar uurtjes later naderen we de Priok haven van Jakarta. Iedereen zorgt dat hij klaarstaat maar als de deuren eindelijk opengaan wacht ons een verrassing. Een hele kudde mannen in oranje overalls stormt naar binnen. We denken aan een invasie, maar ze gaan op zoek naar bagage om naar buiten te sjouwen. We hebben onze rugzakken al om en wringen ons naar buiten, het vreemde tafereel nog eens aanschouwend. Buiten staan al wat meer toeristen te wachten en met zijn achten pakken we een minibusje naar Jalan Jaksa.

Het busje scheurt over de drukke wegen naar het centrum van de stad. We krijgen direct een indruk van Jakarta: brede, drukke wegen midden door de stad en hier en daar pompeuze gebouwen en monumenten. Jalan Jaksa is de backpackersbuurt van Jakarta. Genoeg goedkope hotels dus, maar niet van al te beste kwaliteit. Wij besteden iets meer zodat we in ieder geval een schone kamer met eigen toilet hebben.

Batavia

Na een goede nachtrust gaan we op pad voor onze eendaagse bezichtiging van het gedeelte van de stad dat vroeger Batavia was: Kota. Door een paar kleine steegjes lopen we naar het dichtstbijzijnde treinstation. Als de trein er aan komt denken we even dat hij tjokvol zit en uitpuilt. Maar de mensen die uit de altijd open deuren hangen vinden dit gewoon leuk. We kunnen dus gewoon naar binnen en later zelfs een zitplaatsje krijgen.

Als we het station van Kota uitstappen moeten we ons even oriEteren. We banen ons moeizaam een weg door de enorm drukke wegen rond het station. Maar na 10 minuten lopen staan we dan toch op het centrale plein van het vroegere Batavia. Dit lijkt tenminste op een mooi, rustig plein, als je de wegen er omheen even vergeet.

Museum in oud Stadhuis

Aan de zuidzijde staat het vroegere stadhuis, een mooi gebouw geflankeerd door een paar kanonnen. Nu is er het history museum gehuisvest, en we nemen er een kijkje. Het bestaat voor een groot deel uit oude meubels. Ook veel oude fotoos van Jakarta uit het verleden. Ergens vinden we nog een opmerking over hoe de chinese cultuur vredig samenleeft met de Indonesische. Maar even verderop een foto van hoe de chinese bevolking in 1740 werd afgeslacht en verbannen naar een aparte wijk buiten de toenmalige stad. En nog maar een paar jaar geleden, in 1998 werd een groot deel van de toen ontstane wijk Glodon geplunderd en platgebrand. Als men dat bedoelt met vredig samenleven....

Ophaalbrug in Batavia Beneden in het museum vinden we nog een bibliotheek met allerlei oude, voor een groot deel Hollandse boeken. Zo te zien is het museum nog in gebruik en er zijn ook nieuwere boeken te leen. Onvoorstelbaar dat dit toch waardevolle archief hier op deze manier te zien is. Het zou naar onze mening veel zorgvuldiger bewaard moeten worden.

Na het museum zoeken we de grachten op, zoals die destijds door de Hollanders zijn aangelegd. Tegenwoordig is het er een zooitje. Vergeleken met dit water lijkt het water in de grachten van Amsterdam wel mineraalwater. Ook de ophaalbrug imponeert ons niet, in Holland staan veel mooiere. En de huizen langs de grachten lijken in niets op Hollandse architectuur. Het is gewoon een weinig bijzonder smerig stadsdeel.

Dan maar door naar de oude haven. Op weg daarnaartoe vliegt er een steen op heuphoogte langs ons. We kijken om en zien nog iemand weghollen. Hebben ze hier zo een hekel aan Westerlingen of is dit toeval? We zullen het nooit weten maar een veilig gevoel geeft het niet.

VOC historie

We komen aan bij het begin van de haven waar de oude wachttoren, de Uitkijk, nog staat. We klimmen er naar boven en hebben een mooie uitkijk over de haven en verderop de zee. Helaas liggen er geen mooi gekleurde schoeners zoals beloofd. Wel zien we de mooie oude VOC warenhuizen.

Zicht over de haven met oude VOC warenhuizen In één van de warenhuizen is nu een maritiem museum gevestigd. Naast vele vissersboten en technieken is er een tentoonstelling over de VOC. Zo leren we wat van de minder mooie aspecten van de gouden eeuw. Ook zien we oude fotoos van een tocht begin 20e eeuw per stoomboot van Nederland naar Batavia. Aardig om te zien hoe men destijds zo'n enorme bootreis onderging.

Na het museum houden we Batavia voor gezien. Over het geheel genomen is het ons zwaar tegengevallen. Het is tegenwoordig een gewoon deel van de grote smerige stad die Jakarta heet.

Trein naar Bogor

De volgende morgen nemen we de trein richting Bogor. Het is dezelfde stadstrein als die ons de andere kant op naar Kota bracht. In de trein komt van alles langs, verkopers, bedelaars, blinde zangers, collectes, noem maar op. Het treinkaartje kost bijna niks, dus dit moet je maar op de koop toe nemen. Het is voor de armste bevolkingsgroep vaak de enige manier om aan geld te komen.

In Bogor worden we direct opgevangen door een Nederlands sprekende gids die ons naar het toeristenbureau leidt. Hier moet je altijd mee oppassen maar de man is erg aardig en omdat we wat specifieke wensen hebben besluiten we om met hem de volgende dag de route naar Bandung, die Pa Kuipers destijds ook gemaakt heeft, te ondernemen. We verblijven dus een nacht in een leuk hotelletje in Bogor, en hebben ook nog tijd om de botanische tuinen hier te bezoeken. Ware het niet dat het 's middags keihard gaat regenen. We besteden de rest van de dag dus met lezen en praten met een paar andere Hollanders.

De volgende dag vroeg op pad. Alex, onze gids, pikt ons op en we zetten koers naar de Puncak pas. Al snel wordt de weg geflankeerd door goedkope hotels, restaurants, karaoke-bars en wat dies meer zij. In de weekenden schijnt half Jakarta leeg te lopen op weg naar de Puncak pas. Een en ander maakt het erg lastig om nog van de omgeving te genieten.

Theeplantage

Theeplantage bij de Puncak pas Gelukkig maken we een omweg en tussenstop bij een theeplantage. Eerst krijgen we een rondleiding door de fabriek. We zien hoe de theeblaadjes gedroogd, geschud, gesneden, gedroogd, verhit, gedroogd en gesorteerd worden. En ook nog een machine die de thee in de welbekende zakjes verpakt. Even nog een bakkie van het eindprodukt proeven en dan helemaal terug naar het begin. Buiten wandelen we door de prachtig in de bergen gelegen plantage. De vrouwen die de thee aan het plukken zijn vragen om een foto te nemen. Maar dat doen we alleen van een afstandje, om problemen te voorkomen. Ze willen namelijk vooral geld hebben. Dus ook al verpest door toerisme.

Drukke steden en villawijken

We gaan verder over de drukke Puncak pas en aan de andere kant bezoeken we de plaatsen die Pa Kuipers meer dan 50 jaar geleden ook aandeed. Maar helaas, Patjer, Chipanas en Chandur zijn tegenwoordig meer steden geworden. Erg druk en geen spoor van oude, mooie dorpjes. Wel bezoeken we een villawijk voor de rijken van Jakarta. Enorme villa's in een superschone wijk met schitterende plantsoenen en luxe speelparadijzen voor de kinderen. Er is zelfs een Hollandse wijk met mooie grachtenpanden (zonder gracht) en een molen. Allemaal prachtig gelegen met uitzicht op de Gunung Gede en afgesloten van het gepeupel door bewaakte slagbomen.

Na in Patjer nog een Boedhistische tempel te hebben bekeken zetten we verder koers naar Bandung. De omgeving is hier wel weer mooi met vele rijstvelden en bergen op de achtergrond. Al snel gaan we echter een tolweg op zodat ook dat uitzicht beperkt blijft.

Muzikaal Bandung

Het oogsten van de rijst Bandung is weer gewoon een grote stad. Onze chauffeur doet er een flinke tijd over om door het drukke eenrichtingsverkeer ons guesthouse new le Yossie te vinden. Bij ieder kruispunt staan jongeren met een gitaar bij de wachtende auto's te zingen. Muziek is hier sterk aanwezig en wordt dus ook gebruikt om te bedelen. Eenmaal aangekomen kunnen we even relaxen in het bijbehorende cafE En hierbij overdenken we onze verdere plannen. De rest van de route die we wilden volgen loopt langs nog meer grote steden: Cirebon, Tegal, Pekalongan, Semarang. We hebben de indruk dat ook deze steden overbevolkt en vervuild zijn. We besluiten ze dus maar links te laten liggen en direct door te gaan naar Yogyakarta. Maar niet nadat we nog een tour boeken naar de Papandayan vulkaan. En 's avonds wordt er nog gezellig gejamd in het café waar Sabine ook nog even mee mag spelen.

De rit van Bandung naar Papandayan is aardig lang. We komen lngs dorpjes waar het lokale vervoer nog met paard en wagen gebeurt en zien hoe de rijst geoogst wordt. Dan gaan we eindelijk omhoog. De auto heeft er duidelijk moeite mee en moet regelmatig terug naar de eerste versnelling. Uiteindelijk komen we aan bij de parkeerplaats. Vandaar is het nog een half uurtje te voet bergop.

Zwavel

Kleine zwavelkraters De vulkaan is niet erg indrukwekkend, heeft geen klassieke kegelvorm. De krater bevindt zich ook niet bovenop, maar op een plateau een stuk lager. In feite zijn er wel 15 kraters, waar we tussendoor kunnen wandelen. De kraters varieren in grootte, maar allemaal blazen ze sissend zwaveldampen uit en slaan ze een felgele kleur uit. De grootste heeft een flink borrellende modderpoel. We lopen door het vreemde landschap, af en toe onze neus dichthoudend als we door de zwaar stinkende dampen lopen. Ook lopen er beekjes met vreemd groen water en groene zwavelblubber. Dit smeren we op onze gezichten, moet erg gezond zijn.

Tenslotte komen we aan bij de heet waterbron. Bijna kokend water borrelt hier op en loopt dan in een flinke beek naar beneden. We dalen af langs de beek en als het water genoeg is afgekoeld nemen we er een bad in. Behalve ons zijn er nog twee Italiaanse toeristen met gids. We babbelen wat en genieten van het hete water voordat we weer naa beneden gaan.

Hindoe tempel

Per bamboeraft over het ondiepe meertje Op de weg terug naar Bandung doen we nog een oude Hindoetempel aan. Toen het Majapahit Hindoekoninkrijk eeuwen geleden naar Bali vluchtte heeft men deze tempel onder stenen bedolven. Pas in 1960 is hij weer gevonden en hij is dus nog aardig intact. Hij is mooi gelegen in een park op een eiland. Tegnwoordig is het grootste deel van het omringende meer omgevormd tot rijstveld dus kunnen we er gewoon naar toe lopen. Op de terugweg nemen we wel een bamboeraft, wat natuurlijk veel leuker is.

Bandung was onze laatste stop in West Java. Dit deel van Java is, evenals de rest van het eiland, drukbevolkt. Bovendien is er veel recreatiegrond gereserveerd voor de rijken uit Jakarta. De tegenstelling tussen arm en rijk is sowieso erg groot, iets wat ook sterk zichtbaar is en spanningen geeft. West Java heeft echter ook mooie natuur: jungle (die we niet bezocht hebben) en vulkanen. Verder veel rijstvelden, die echter steeds meer moeten wijken voor bebouwing. IndonesiEis nu al een land dat rijst moet importeren, in plaats van dat het rijst exporteert.

Ga terug naar: De Minangkabau van West-Sumatra

Ga door naar: Yogyakarta

Ga naar het overzicht van Indonesie

Wereldreis zonder vleugels