Gastenboek E-mail update Reislinks

Langs de kust naar het zuiden


Belevenissen vooraf
Voorgaande reizen
Algemene zaken
Europa
Rusland
China
Vietnam
Cambodja
Thailand
Maleisië en Singapore
Indonesie
Laos
Turkije
Griekenland
Italie
Afrika
Weer thuis

Datum: 27 Januari-4 Februari 2002

Lees op onze Engelstalige website meer over the changing weather in Vietnam moving south along the coast.

Ruine van het verdwenen Cham volk

We verlaten het nu wel erg koude (9 graden) Hanoi om langs de kust naar het hopelijk warmere zuiden van Vietnam te trekken. Vietnam lijkt op de kaart één lange kustlijn, en in het midden is het ook niet veel meer. Er loopt één spoorlijn tussen Hanoi en Saigon, en tot aan Hué is er eigenlijk ook maar één echte weg. Daarna kun je weer van de kust de hooglanden in, maar dat doen wij pas vanaf Nha Trang.

De trein

De eerste etappe doen we per trein naar Hué in centraal Vietnam. De trein in Vietnam gaat ondanks de lange afstanden niet sneller dan de bus. Dit komt omdat het van Noord naar Zuid maar een enkel spoor bevat. Alleen op de stations kunnen treinen die in tegenovergestelde richting rijden elkaar dus passeren. Het treinschema zit dus al niet al te krap in elkaar maar bovendien zorgt vertraging van de ene trein automatisch voor vertraging van alle andere treinen.

Op het station van Hanoi willen "behulpzame" jongetjes ons naar de juiste wagon en trein begeleiden. Hier hebben we geen behoefte aan (moeilijk kan het niet zijn, en je weet nooit waar je je mee inlaat), wat ons op een "Fuck you" komt te staan. De bediening in de trein is gelukkig wat vriendelijker. We hebben een soft sleeper zodat we nu wel lekker zacht liggen en we krijgen water en de volgende dag ontbijt en lunch. Wel heeft de trein een paar uur vertraging maar daar malen we niet om.

Hué

Vroeg in de middag komen we aan in Hué. We checken in in een hotel vlak bij het station en gaan de stad maar eens verkennen. Hué bestaat eigenlijk uit twee gedeelten. Ten westen van de Perfume River ligt het ommuurde gedeelte. Dit was het oude gedeelte van de stad wat echter door de verschillende oorlogen geheel verwoest is. Wat er nu staat is stamt dus van na de oorlogen. Alleen de muur (de citadel) staat nog, en daarbinnen een kleinere citadel, waar Hué's eigen verboden stad, of wat daarvan over is, ligt.

Ten westen van de rivier ligt de rest van de stad. Ook hier weer veel brommers, maar toch minder hectisch dan Hanoi. Hier lopen we wat rond en proberen we wat informatie te vergaren over wat er hier te doen valt. Eigenlijk zijn dat maar twee dingen: een toer langs de citadel en de koninklijke tombes en pagodes om de stad en een tour naar de De-Militarised Zone (DMZ). De DMZ is de zone tussen Noord- en Zuid-Vietnam waar, in tegenstelling tot wat de naam suggereert, erg veel gevochten is. We zijn wel geïnteresseerd in met name de tunnels hier, maar de tour duurt de gehele dag en dat zien we niet zo zitten.

De temperatuur in Hué is een stuk beter dan in Hanoi. Het is echter bewolkt en vanwege de ongelukkige ligging valt hier het meeste regen van heel Vietnam. Halverwege de middag begint het dan ook te miezeren. Overal verschijnen de poncho's maar dat is wat overdreven. Wij vervolgen onze wandeltocht dan ook over de rivier en zien daar de muren en poorten van de citadel en verboden stad. Hebben we die alvast gezien.

's Avonds lopen we Daud, de Pakistaanse Australiër weer tegen het lijf. Met hem drinken we een biertje en zoeken we een indiaas eettentje op. We klagen wat over het weer en besluiten de activiteiten hier af te laten hangen van hoe het weer morgen is.

Nou, dat is duidelijk. Met bakken komt de regen naar beneden en het is een treurig gezicht. We nemen dus de bus naar Hoi An, waar ook Daud instapt.

Hoi An

Hoi An ligt maar 150 km zuidelijker dan Hué, maar net over wat bergen heen waardoor het klimaat veel beter is. Gedurende de busrit, die over die bergen gaat, juichen we telkens wanneer we een miniscuul stukje blauwe lucht zien. Toch blijft het grotendeels bewolkt maar het is droog en de temperatuur is heerlijk. Na inchecken en eten blijven we dan ook nog lang op een terras van de pils genieten. We zien hier ook ons eerste wild: in de tuin van het hotel een slang en als we 's nachts over de markt langs de oever van de rivier teruglopen wat vleermuizen en ratten.

Hoi An was vroeger een belangrijke havenstad. De hele rivieroever fungeert als aanlegplaats voor boten en bootjes die spullen aanvoeren voor de markt. De oude stad langs de oever is nu vooral aangepast voor toerisme. Er rijden weinig brommers wat een verademing is en er zijn vele souvenirshops. De meeste daarvan verkopen kleding, die ze ter plekke voor je maken. Ook wordt er veel houtsnijwerk verkocht, dat ook ter plekke en in omringende dorpjes gemaakt wordt. Jammer dat het opsturen naar huis weer veel duurder is dan de spullen zelf, anders hadden we zeker iets gekocht.

My Son

We maken een dagtrip vanuit Hoi An naar My Son. Dit is een oud tempelcomplex van het Champa Koninkrijk, dat hier van de 3de tot de 15de eeuw regeerde. De tempels zijn helaas door de Amerikanen zwaar gebombardeerd omdat de Vietcong zich hier schuilhield. Het is ook niet aan te raden om te ver van de paden te gaan, er kunnen nog mijnen liggen.

De Cham's hadden een eigen vorm van het Hindoeïsme. De tempels zijn van baksteen gebouwd, zonder cement. De decoraties zijn in de stijl van het Hindoeïsme, met vooral afbeeldingen van de god Shiva in zijn verschillende verschijningsvormen. Jammer dat de meeste decoraties, die van zandsteen gemaakt zijn, zwaar beschadigd zijn.

Van My Son gaan we met de boot weer terug naar Hoi An. Deze trip over de rivier valt echter nogal tegen. De rivier is breed en de oevers 2 meter hoog zodat er niets van de omgeving te zien is.

Strand

De laatste dag in Hoi An gaan we naar het strand. Een mooi palmstrand waar een heerlijk briesje staat, waardoor we niet in de gaten hebben dat we verbranden. Jammer ook dat we zoveel lastig gevallen worden door vrouwtjes die wat willen verkopen. Toch genieten we van deze eerste stranddag van onze trip.

Nha Trang

We reizen per bus door naar Nha Trang, een rit die 12 uren duurt. We blijken maar met drie man te zijn zodat een minibusje voldoende is. De weg is erg slecht en onze chauffeur heeft haast. Hij haalt veelvuldig op onmogelijke plaatsen in en met name de brommers moeten maar uitwijken. Waar we langs de kust rijden is het uitzicht mooi, maar veelal gaat de "snelweg" door drukke, stoffige dorpjes.

Nha Trang is het Vietnamese Benidorm in wording. Een drukke stad met het strand als belangrijkste trekker. Er worden veel snorkeltours aangeboden, die echter meer op dranktours lijken. Omdat onze ruggen nog pijn doen van het strand in Hoi An zien we daar maar vanaf. In plaats daarvan doen we het een dagje rustig aan, we bezoeken slechts de enorme boedha die over de stad uittorent. Een dag later reizen we direct door naar Dalat in de hooglanden.

Ga terug naar: Hanoi: Brommers door nauwe straatjes

Ga door naar: De centrale hooglanden rond Dalat

Ga naar het overzicht van Vietnam

Wereldreis zonder vleugels