Gastenboek E-mail update Reislinks

Siberie - Irkoetsk


Belevenissen vooraf
Voorgaande reizen
Algemene zaken
Europa
Rusland
China
Vietnam
Cambodja
Thailand
MaleisiŽ en Singapore
Indonesie
Laos
Turkije
Griekenland
Italie
Afrika
Weer thuis

Datum: 14-17 December 2001

Lees op onze Engelstalige website meer over Siberia

Sabine bij -25 graden Celsius op de brug over de nevelige rivier

Irkoetsk, Siberie in December, dat zal dus wel koud zijn. Maar hoe koud voelt min 25 nou eigenlijk aan? En kun je in die temperatuur nog wel genieten van een uitstapje naar het Baikalmeer?

In Irkoetsk hebben we afgesproken met Jack Sheremetoff, een touroperator die we op het Internet gevonden hebben en goedkope accommodatie voor ons zou regelen. Op het perron zien we hem niet en dus lopen we maar richting stationshal. Daar zien we al snel iemand staan die inderdaad naar ons toekomt en Jack blijkt te zijn. Hij blijkt een veel luxere auto te hebben dan Uncle Pasha in Moskou, met een stuur aan de rechterkant. Hij vertelt dat het een tweedehands is uit Japan, die massaal via Vladiwostok voor weinig Rusland binnenkomen. En we zien inderdaad veel meer auto's met het stuur aan de verkeerde kant.

Florian en een Rus, die goedkoop onderdak voor hem denkt te kunnen regelen, krijgen ook een lift en nadat we die afgezet hebben komen we aan bij een appartementenblok. We denken bij een hotel of gasthuis binnen te komen maar tot onze verrassing leidt Jack ons een huiskamer binnen en stelt ons voor aan zijn vrouw en zoontje. Het blijkt dat we bij hem thuis kunnen verblijven, met keuze voor vol- of halfpension.

Als we ons in de slaapkamer aan het settelen zijn horen we dat Jack een telefoontje krijgt van Florian. De hotels waar de Rus hem naartoe bracht bleken ofwel niet goedkoop ofwel niet voor buitenlanders en dus biedt Jack hem ook een kamer aan. Later blijkt dat Jack zelf in een ander appartement, dat ook zijn kantoor is, slaapt wanneer hij gasten thuis onderbrengt. Zijn vrouw en zoon slapen in de huiskamer en wij bezetten de slaapkamers.

Als Florian gearriveerd is brengt Jack ons naar het centrum van Irkoetsk, dat aan de andere kant van de rivier ligt. We bezoeken eerst het OVIR, het bureau dat de visa registratie doet, om Florian's visaprobleem te tackelen. Daarna laat Jack ons achter en nadat we wat gedronken hebben in een groot soort voedselwarenhuis nemen we ook afscheid van Florian, die nog een hoop te regelen heeft.

Minibusjes

Het wordt buiten al een beetje schemerig maar voordat we met het openbaar vervoer onze weg terug gaan vinden willen we graag nog even de markt opzoeken. Maar helaas kunnen we die niet vinden (we lopen de verkeerde kant op) en omdat Sabine geen lange onderbroek heeft aangedaan (wel nodig bij -20) besluiten we niet verder te zoeken. In plaats daarvan zoeken we het juiste minibusje dat ons volgens Jack terug zal brengen. We zien minibusjes genoeg langskomen, maar de vraag is waar die met onze nummers zullen stoppen. We vragen maar wat rond en worden van hot naar her gestuurd totdat we een vrouw vinden die dezelfde kant op moet. Als we maar bij haar blijven zal het wel goed gaan.

We zijn niet bepaald de enige die op een minibusje staan te wachten. Als na een tijdje busje 10 voorrijdt stormt er dan ook een menigte van zo'n 30 man op af, terwijl er maar plaats is voor hooguit 10. Al snel blijkt dringen nutteloos en de vrouw wenkt ons ook nog maar even te wachten. En na een paar minuten verschijnt weer een busje nummer 10, ditmaal aan de andere kant van de weg. We hollen dus maar achter het vrouwtje aan naar de overkant en hollen met het busje mee tot hij stopt. We staan nu aardig vooraan en als de schuifdeur opent duwt de massa ons zo naar binnen.

Door de raampjes van het busje kunnen we niet naar buiten kijken, die zijn namelijk bevroren. Dus roept de chauffeur af en toe iets naar achteren, waarop de passagiers antwoorden of ze eruit willen. Bij halte Moechienoi gaan wij eruit en we volgen het vrouwtje richting het theater, waar het appartement van Jack in de buurt is. En dan kunnen we eindelijk de kou uit naar binnen.

De stad verkennen

De volgende morgen besluiten we op eigen houtje de stad te gaan verkennen. Eenmaal buiten blijkt het toch weer wat kouder dan gisteren. Dit merken we als eerste doordat onze neusharen bij iedere keer inademen bevriezen, een heel vreemd gevoel. Gevolg is dat je de hele tijd je neus een beetje in beweging houdt, of er een hand of sjaal voorhoudt.

Bij de bushalte nemen we dit keer de trolleybus naar het centrum. Die rijdt al snel over de brug heen, maar het duurt erg lang voordat we buiten iets herkennen, wat door de bevroren ramen sowieso moeilijk is. Als op een gegeven moment veel mensen uitstappen doen wij dat ook maar, en het blijkt dat we aan de rand van het centrum staan, niets te laat dus.

We lopen eerst een soort van warenhuis in om in de warmte op de kaart te kijken waar we zijn en waar we heen zullen lopen. Dan lopen we langs het grote stadion richting de Angara rivier. Deze rivier is de enige rivier die uit het meer van Baikal stroomt, terwijl er meer dan 300 instromen. Breed riviertje dus, waar ze voor Irkoetsk een waterkrachtcentrale ingebouwd hebben. Op de plaats waar we staan is het water dus niet bevroren vanwege de sterke stroming achter de dam. Wel komt er een enorme nevel van het water af, gevolg van het temperatuurverschil tussen water en lucht.

We lopen een stukje door het park langs de rivier totdat we bij een grote obelisk komen, opgericht in 1910 bij het 10 jarig bestaan van de Trans-Siberi?spoorlijn. Daarachter begint 1 van de hoofdwegen van Irkoetsk en daar lopen we in. Irkoetsk was vroeger een stad vol houten huizen, maar bij een brand in 1879 is driekwart daarvan afgebrand. Hier en daar zijn dus nog wat mooie houten huizen te zien met houtsnijwerken. Maar de stenen huizen mogen er ook zijn in deze stad, die niet zo druk aandoet als veel andere steden, hoewel er toch een half miljoen mensen wonen. We passeren Lenin nog even voordat we vanwege de koude tenen een bakkie gaan doen in een caf?

Na het bakkie gaan we weer verder maar het blijkt dat we toch regelmatig naar binnen willen om de kou te ontvluchten. Na de tweede vluchtpoging lopen we richting markt, maar eenmaal daar krijgen we het panisch benauwd van de overweldigende hoeveelheid stalletjes (met vooral warme kleding) met kleine steegjes ertussen waar veel mensen doorheen willen. We vluchten dus maar weer snel en de rest van de dag vullen we met het bezoeken van het warenhuis, lekker warm. Daarna gaan we weer richting 'thuis'. Ditmaal lukt het ons zelf om de juiste minibus te vinden en bij de goede halte uit te stappen.

De volgende dag hebben we samen met Florian een tour van Jack geboekt naar het Baikal meer. Voor we op weg gaan vertelt hij dat het vannacht kouder dan -30 is geweest, en dat het vandaag dus niet boven de -25 zal worden. Hij zoekt voor eenieder wat extra kleren op voordat we op pad gaan.

Openluchtmuseum

De eerste stop is halverwege Irkoetsk en het meer (dat zo'n 65 km verder ligt) bij een openluchtmuseum. Hier staan de houten huizen opgesteld die men uit het dal gehaald heeft waar een tweede stuwdam in de Angara rivier gebouwd is. Lekker, een openluchtmuseum bij -25, maar omdat Patrick zijn schoen met twee paar sok combinatie wil testen besluit hij Jack's laarzen niet aan te doen.

We zien een oud-Siberisch kozakkendorpje met houten huizen met opslagruimtes, erf en stallen. Binnen hangt de kledij uit die tijd nog en zijn de deuren laag en de slaapvertrekken hoog, zodat de kou niet direct de bedstee inkomt. Buiten de poort staat een overdekt bankje, waar men 's avonds wat eten neerlag voor eventuele zwervers, zodat men zelf niet gestoord werd.

Even verderop staat een kozakkenfort, bestaande uit een tweetal torens, waarvan 1 met poort. Tussen de torens staat een houten omheining, maar die is er voor het museum bijgebouwd en wordt momenteel vervangen. Leuk om te zien hoe mannen bezig zijn met het hakken van een punt aan de stammen en het verslepen ervan. Bijna zoals het vroeger ging, ware het niet dat er nog eentje met een kettingzaag bezig is.

Ondertussen zijn de tenen van Patrick zo'n beetje bevroren maar we worden nog meegesleurd naar een kerkje. Ieder gebouw wordt beheerd door een ander vrouwtje en dus is men beledigd wanneer je een gebouw overslaat. Maar na het kerkje mogen we naar een souvenirwinkeltje waar het heerlijk warm is. Het winkeltje is tevens atelier en de kleifiguurtjes die verkocht worden zijn dus vers van de pers. Hier kopen we ons eerste souvenir van de reis: een fluitje in de vorm van een nerpa, een zoetwaterzeehondje uit het Baikal meer.

Als de voetjes weer opgewarmd zijn volgen we twee meisjes naar de volgende gebouwen. Onderweg stoppen ze echter en gebaren ze dat we net als zij een koeienhuid moeten pakken en op een soort duikplank moeten klimmen. Het blijkt een enorme houten glijbaan en onder grote hilariteit glijden we 1 voor 1 naar beneden. Een aardig intermezzo.

De volgende gebouwen zijn rond, in de vorm van een tent. In feite waren dit de opvolgers van de joerts, of gers zoals ze die nu nog in Mongoli? gebruiken. De boerjaren in Siberi? verwant aan de mongolen, keken het gebruik van hout van de kozakken af en bouwden hun tenten dus voortaan van hout. Als we ook de houten tent van de sjamaan gezien hebben zijn we aan het eind van het museum aan de rivier aanbeland. Na nog even opwarmen in de kantine gaan we dus weer naar de auto..

Het Baikal meer

We komen aan bij het punt waar de Angara uit het Baikal meer ontspringt. Het water hier en in de eerste 20 km van de rivier bevriest nooit. Dit komt niet alleen door de stroming, maar vooral omdat het water dat in de rivier stroomt door de circulatie in het meer van grote diepte komt en dus jaarrond een temperatuur heeft van 3 graden. In het midden van de rivier ligt nog een rots waar een legende aan is verbonden, maar die is door de nevel niet te zien. Bovendien staat hier een stevige wind wat het extra koud maakt (gevoelstemperatuur -50?) zodat we maar snel weer verder gaan.

We rijden omhoog naar het luxe Baikal hotel, in de jaren 70 neergezet voor een bezoek van president Eisenhower, die echter nooit gekomen is. Hiervandaan heb je een prachtig uitzicht over het meer, ware het niet dat er teveel nevel hangt. Toch een aardig punt, vooral omdat je in het hotel luxe kunt plassen.

Dan rijden we naar beneden naar het vissersdorpje Listvianka. Er staan veel mensen gerookte vis te verkopen en we vinden het ongelooflijk dat er ook nog veel souvenirstalletjes staan, terwijl wij zo te zien de enige toeristen zijn. Die bovendien vanwege de kou snel weer doorgaan.

Even verderop staat een onafgebouwd hotel. Hier staat wat minder wind en kun je een eindje langs het meer lopen. Sabine blijft echter in de auto, veel te koud. De rest keert ook snel weer terug om naar de laatste bestemming van vandaag te gaan: het museum van flora en fauna. Na het vinden van de juiste ingang (ze zijn druk aan het verbouwen) krijgen we in het museum een hele uitleg over het meer en het leven erin en omheen. Erg informatief maar door de kou in de zaal zitten we vooral te bibberen. Toch erg leuk dat we de zeehonden, en andere dieren die uniek zijn voor dit meer, nog even gezien hebben, zij het opgezet.

Treintickets

De volgende dag, maandag, is het tijd om op pad te gaan voor treintickets. De kou in Siberi?is ons toch niet helemaal goed bevallen en omdat het in Mongoli?nog kouder is met meer wind, besluiten we om direct door te gaan naar Beijing, China. Maar eenmaal bij het treinstation (via minibusje gevonden) horen we dat de directe trein maar twee keer in de week gaat en die van morgen vol is. Maar we moeten om 18.00 uur nog maar eens terugkomen. Het is nog ochtend dus kunnen we ons de rest van de dag beraden over alternatieven. Wordt het toch Mongoli?

We lopen van het treinstation over de brug richting het centrum van de stad. Patrick heeft nu wel warme laarzen aan maar het blijft koud dus zetten we er flink de pas in. En dan gebeurt eindelijk waar we al sinds de gladde straten van Vilnius bang voor zijn: Patrick glijdt onderuit. Gelukkig geen schade maar in het vervolg toch wat voorzichtiger lopen. Eenmaal in het centrum duiken we een Internetcaf?in, om mailtjes te lezen en versturen en om weer even op te warmen.

Als we weer naar buiten gaan, gaan we maar eens op zoek naar een bank om wat geld te pinnen. Dat blijkt makkelijker gezegd dan gedaan, de banken die we vinden hebben geen pinapparaat, of eentje die onze pasjes niet accepteert. Maar uiteindelijk vinden we er toch nog eentje zodat we voorlopig weer genoeg cash hebben, denken we.

We besluiten om zo langzaamaan maar weer richting station te lopen. Onderweg doen we nog een eettentje aan, waar we voor weinig met een Russische kaart toch aardig eten. Al moeten ze patat bakken nog leren. De bijbehorende biertuin is vreemd genoeg gesloten vandaag. De rest van de route terug loopt langs de boulevard, wat meer een park is. Dit levert natuurlijk weer mooie winterse plaatjes op.

Bij het station moeten we nog wat tijd doden maar als we even voor zessen ons melden worden we direct naar voren gehaald. Zonder veel woordenwisseling (Beijing?) gaat ze druk aan de slag met onze paspoorten en uiteindelijk blijkt dat we toch op de trein van morgen kunnen. Tenminste, als we genoeg geld hebben want de kaartjes blijken erg duur vergeleken met de trein Moskou-Irkoetsk. Gelukkig hebben we net genoeg en keren we met kaartjes weer terug met de minibus, waar we overigens een extra rondje in meerijden omdat we onze halte missen.

Terug bij Jack (eigenlijke naam: Jevgeni) is hij blij voor ons dat we kaartjes hebben, en waarschijnlijk voor zichzelf omdat hij dan weer thuis kan slapen. We krijgen weer een heerlijke maaltijd van zijn vrouw en een lift van Jack naar het vliegveld om te pinnen en naar zijn andere appartement om te Internetten. De volgende ochtend vroeg brengt hij ons weg naar het station en nemen we afscheid van onze uitstekende gastheer.

Ga terug naar: De Trans-Siberie Express

Ga door naar: De Bureaucratische zoektocht

Ga naar het overzicht van Rusland

Wereldreis zonder vleugels