Gastenboek E-mail update Reislinks

Oh, Cappadocia, cappe-deejeejeeholadiejo


Belevenissen vooraf
Voorgaande reizen
Algemene zaken
Europa
Rusland
China
Vietnam
Cambodja
Thailand
Maleisië en Singapore
Indonesie
Laos
Turkije
Griekenland
Italie
Afrika
Weer thuis

Datum: 22-24 Oktober 2002

Lees op onze Engelstalige website meer over Cappadocia.

Centraal in Turkije ligt de wonderlijke streek Cappadocië. Mens en natuur samen hebben hier een landschap gecreëerd van bergen, grotten en vreemde rotsformaties. In vervlogen tijden vormde dit een schuilplaats voor christenen. Tegenwoordig zijn die verdwenen, maar de huidige bevolking leeft ook nog zeer traditioneel, voor zover het toerisme daar nog geen verandering in heeft gebracht.

Meet the Flintstones

Dankzij de goede wegen en redelijk comfortabele bus hebben we zowaar nog wat geslapen voordat we rond 8 uur in de morgen Göreme bereiken. Maar na het vinden van een leuk pension (Flintstones natuurlijk) doen we toch maar even een hazeslaapje want helemaal uitgerust zijn we natuurlijk niet.

Als we weer ontwaken en een wandeling door het dorpje maken verwonderen we ons pas om het landschap. Vanuit de bus en in de vroege morgen hadden we al wat gezien, maar toen waren we waarschijnlijk nog niet helemaal wakker. In het dorp staan verschillende rotsformaties, waar huizen in gemaakt zijn. Meer huizen bevinden zich tegen en in de rotswanden, en de straten wentelen zich eromheen naar boven. De bevolking die we hier zien is al aardig op leeftijd en bezig met koe, paard, de oogst en dergelijke. Waarschijnlijk houden de jongeren zich vooral bezig met het toerisme.

We klauteren omhoog op een bergkam waar we een mooi uitzicht hebben over de omgeving. Overal zien we vreemde rots-torentjes met raampjes erin. En aan de andere kant een landschap met valleien en bergketens. In de verte zien we één van de, nu slapende vulkanen die ooit de as aanleverden waaruit, na winderosie, het wonderlijke landschap is ontstaan.

Eenmaal weer afgedaald eten we een döner kebap bij één van de tentjes in het toeristische centrum. Het toerisme heeft hier gezorgd voor een groot aantal restaurants en pensions. De restaurants zijn echter gecentreerd rond twee ŕ drie straten, en de pensions zijn bijna allemaal gevestigd in de grotwoningen van het dorp. Geen landschap vervuilende hoogbouw dus.

Wandelen en Klimmen

's Middags wandelen we de weg langs ons pension uit tot die overgaat in een zandpad en dan helemaal verdwijnt. We lopen nu door een vallei met links en rechts rotsformaties. Af en toe moeten we kiezen om links of rechtsom te gaan. We hebben geen idee waar we uitkomen maar hoog op de rotsen zien we een soort tentje wat volgens ons het doel moet zijn. We kiezen dus steeds een route die enigszins omhoog leidt. Dan komen we echter op een punt waar aan alle zijden te steile wanden zijn. Terug maar weer en een andere route proberen. We hebben inmiddels gezelschap gekregen van een Australiër en gezamenlijk besluiten we uiteindelijk maar een erg steil stuk met handen en voeten te klimmen om ons doel te bereiken. Bij het tentje aangekomen blijkt dit langs een asfaltweg te liggen waar regelmatig grote toerbussen stoppen om fotoos van de vallei te schieten...

De door ons gekozen route is veel te steil om weer af te dalen en dus besluiten we de weg maar te volgen naar het dorpje Üçhisar dat als een rotskasteel boven het landschap uitsteekt. Eenmaal daar duiken we snel de vallei weer in om voor het donker terug te kunnen zijn. Onder luid gezang (Ooh, Cappadocia.....) zetten we er flink de pas in. De wandeling gaat bergaf en leidt ons langs mooie begroeing, rotsen en een paar fairy chimneys. Deze zijn ontstaan doordat een grote steen op het zachte tuftgesteente (ingedikte vulkanische as) kwam te liggen. De wind zorgde ervoor dat het tuft rondom de steen weg-erodeerde. Wat achterbleef is de steen op een pilaar van tuft, lijkend op de schoorsteen uit een sprookje, of op een enorme .....

Ondergrondse Christenen

Voor de volgende dag hebben we een tour geboekt langs alle bezienswaardigheden in de omgeving. Om half 10 worden we opgehaald en na wat heen en weer geschuif tussen de twee busjes gaan we op pad. Na de onvermijdelijke stop bij een uitzicht gaan we eerst op weg om een ondergrondse stad te bezichtigen. Deze steden zijn in de eerste eeuwen van de jaartelling door de hier naartoe gevluchte christenen gebouwd. Zij stonden onder voortdurende bedreiging van aanvallen van de verschillende volkeren die om de beurt op rooftour kwamen.

Het eerste dat we te zien krijgen is het ventilatiegat van de ondergrondse stad. Om niet als zodanig geďdentificeerd te worden was het gecamoufleerd als waterput. Vijanden probeerden steevast het water te vergiftigen, niet wetend dat de echte put zich evenals de stad onder de grond bevond.

We dalen af naar de eerste verdieping ondergronds. Dit was de plaats voor de dieren en voor het toilet, stank stijgt op dus da's logisch. De tunnels verder naar beneden zijn veelal onderbroken door grote ronde molenstenen die de gangen bij nood kunnen afsluiten. In de volgende verdiepingen vinden we naast de verblijven ondermeer een school, kerk, wijnkelder en keuken. De rook van die keuken werd echter niet naar buiten afgevoerd, dat zou opgemerkt kunnen worden. In plaats daarvan werd het door ondergrondse schachten gevoerd, totdat het door het poreuze gesteente was opgenomen.

Kloof

Weer terug in het daglicht gaan we door naar de Ihlara kloof. Door aardbevingen ontstaan is dit een prachtige kloof met veel groen en een riviertje in het midden. Hier bezoeken we eerst een kerkje dat door de christenen in de rotsen is uitgehouwen. Het bevat nog enkele bijbelse tekeningen op de muren en het plafond. Hierna maken we een wandeling door de kloof tot aan een dorpje waar we heerlijk lunchen aan het riviertje.

Centraal Turkije ligt natuurlijk ook op de zijde-route, de route van Europa naar China die ondermeer door Marco Polo is ondernomen. In feite is de zijde-route niet één enkele weg, maar een verzameling van verschillende mogelijke routes naar het verre oosten. Onze volgende stop is bij een zogenaamde "caravanserai", een plek waar de kamelencaravanen op hun weg naar het Oosten konden uitrusten en overnachten. Deze kamelenhotels werden gefinancierd door de sultans, die natuurlijk veel baat hadden bij de handel met het oosten.

Aan het eind van de middag gaan we nog even langs Avalon. Dit dorp aan de rivier is van oudsher het centrum van de pottenbakkers die de rode klei uit de rivier gebruikten. We bezoeken hier dus een pottenbakkerij. Naast een korte demonstratie is het natuurlijk gewoon een souvenirwinkel, maar wel met erg mooie spullen. Als afsluiter haast het busje zich nog naar een mooi uitzichtspunt voor de zonsondergang, en dan worden we moe maar voldaan weer in Göreme afgeleverd.

Party-truck

We hebben er nog geen genoeg van gekregen en dus blijven we nog een dagje om van de omgeving te genieten. Dit keer nemen we de weg langs het Göreme museum, een verzameling rotskerken met dure entree die we links laten liggen. Het doel is de vallei tegen de verste rotswand, maar we stoppen even bij een camping. Hier blijkt de overlandtruck Istanboel-Caďro te overnachten. De passagiers blijken de voorgaande nacht flink doorgezakt te hebben en komen nu één voor één bij uit hun coma. We horen hun verhalen aan, concluderen dat het een echte party-truck is en gaan dan weer door.

Het duurt ons een beetje te lang voordat de weg bij de door ons gewenste vallei komt en dus gaan we direct maar naar beneden. We volgen eerst nog een karrespoor maar na een tijdje stopt die bij een steile helling. Er rest ons weinig anders dan het volgen van een geitenspoortje naar beneden. De vallei waar we nu doorheen lopen lijkt wel uitgestorven, maar het heeft er veel van weg dat hier wel iets verbouwd wordt. De goederen moeten dan echter wel per pakdier vervoerd worden, want een auto of zelfs een paard en wagen kunnen niet overal komen. We vervolgen onze weg langs kleine sporen, waarbij we soms over rotsen moeten klimmen en steile stukken moeten afdalen. Door een stukje trap realiseren we ons dat we wel een wandelspoor volgen, en even later ontdekken we de blauwe markeringen.

Verlaten route

De omgeving blijft onverminderd prachtig. Als we uiteindelijk weer een wat groter spoor tegenkomen, komt een oud mannetje met paard en wagen het beeld completeren. Hij wil uiteraard wel een baksjiesj voor de foto, maar vooruit. Niet veel later komen we bordjes tegen die ons naar een andere vallei moeten loodsen. We besluiten die te volgen en even later wordt zelfs een kerkje aangegeven. De route doet ons, mede door kapotte trappetjes, weer regelmatig met handen en voeten klimmen en we vragen ons af hoe lang geleden de laatste mensen deze route liepen. Maar na een tijdje zien we het rotskerkje en verhip, er zit een bemand tentje naast. De man beheert ook het kerkje en voor een miljoen mogen we er naar binnen. Het stelt weinig voor, maar het colaatje smaakt best.

Om de volgende vallei te bereiken moeten we nog verder omhoog. We klauteren over de vreemde witte rotsen en worden getrakteerd op uitzichten over gekleurde rotsformaties. We dachten dat de groene en gele strepen op de souvenirrotshuizen slechts ter decoratie was, maar hier zien we brede strepen ook op de bergwanden, erg vreemd. Afdalen gaat weer via een geitenpaadje, en dan bereiken we de vallei. Hier zien we weer de vele duivenhuisjes in de rotswanden. Duivenmest werd voor de komst van de kunstmest door de mensen hier vroeger geoogst en verkocht. Niet veel later komen we bij de weg naar Göreme, en omdat we inmiddels flinke honger hebben volgen we die maar weer terug. Onderweg zien we nog wel een dode hond, om het beeld van deze vreemde woestijnachtige omgeving compleet te maken.

Cappadocië heeft ons hartje gestolen. We zouden hier nog weken kunnen blijven, wandelend door de vreemde maanlandschappen. In plaats daarvan gaan we toch maar verder naar het Zuiden, waar het vooral 's avonds wat warmer zal zijn. We zijn benieuwd of het landschap op de foto's goed overkomt.

Ga terug naar: Moskees en Döner Kebab

Ga door naar: Het vuur van Olympos

Ga naar het overzicht van Turkije

Wereldreis zonder vleugels