Gastenboek E-mail update Reislinks

Wild Spotten


Belevenissen vooraf
Voorgaande reizen
Algemene zaken
Europa
Rusland
China
Vietnam
Cambodja
Thailand
Maleisië en Singapore
Indonesie
Laos
Turkije
Griekenland
Italie
Afrika
Weer thuis

Datum: 31 December 2002 - 7 Januari 2003

Lees op onze Engelstalige website meer over Nakuru Park, an African Safari in the Serengeti, the Ngorongoro Area en Amboseli Park.

Het derde gedeelte van de Afrika-reis brengt ons door de belangrijkste wildparken. Eerst het Nakuru meer, ondermeer het thuis van de grootste flamingo-kolonie ter wereld. Dan in Tanzania door de Serengeti om af te sluiten met een bezoek aan de Ngorongoro krater, vanwege de grote concentratie dieren aldaar ook wel het "Hof van Eden" genoemd.

Eindelijk beschaving

We arriveren al vroeg in de middag in Nakuru. Eindelijk weer een stad en dus holt iedereen naar een Internetcafé. even een berichtje naar huis, en dan naar de supermarkt om wat pinda's en chips in te slaan. Geld pinnen blijkt niet te lukken, er staan een paar honderd (!!) Afrikanen voor ons in de rij. En dollars wisselen bij de bank zorgt ook voor problemen. Nou ja, we zingen nog wel even uit met wat we hebben. Als iedereen weer terug is bij de truck gaan we naar de campsite, zo'n 25 km buiten de stad.

Op de camping maken we ons klaar voor oudjaar. Werner gaat oliebollen bakken en wij inspecteren de bar, die er prima uitziet. Ook houden we weer een diashow op Sandra's PC, erg leuk en de fotoos van de oerstammen blijken goed gelukt. Als we genoten hebben van het diner en alles afgewassen is begint het grote wachten. Patrick gaat een paar uurtjes plat maar Sabine vindt dat niks en blijft in de bar. Vanwege de vermoeidheid is dat een ware marteling, maar tegen middernacht komt iedereen (Patrick ook) een beetje tot leven.

Happy Newyear!!

En dan breekt het vuurwerk los. Mooie pijlen, een groot vreugdevuur, wat knallen en Werner heeft een eigengemaakte creatie van steenwol in gaas dat hij aan een touw rondslingert, een schitterende vonkenregen. Iedereen wordt afgelebberd en we gaan aan de champagne en oliebollen. Daarna wordt het feest in de bar voortgezet met foute muziek (Abba enzo) waarop we fanatiek dansen. Wiliam scoort nog een scharrel wiens lesbische surrogaatmoeder bovendien een oogje laat vallen op diverse dames in ons gezelschap. Het blijft nog lang onrustig, totdat de boxen het begeven en we afsluiten met de Ketchupsong.

De morning after moet iedereen een beetje bijkomen. Isabel gaat weer aan de grote was waarbij we haar een handje helpen om alles op te hangen. 's Middags krijgen we nog een rondleiding op de boerderij die bij de camping hoort. Het lijkt wel een gewone Hollandse boerderij, met veel koeien en ook nog paarden die voor de races gefokt worden. Het leukste was nog het pasgeboren kalfje.

Flamingo's en meer

Bij Nakuru ligt het eerste wildpark dat we gaan bezoeken. Met een landrover gaan we op weg en nadat we in de stad nog even ge-Internet en gepind hebben rijden we het park in. Al snel zien we wat verschillende soorten antilopes, maar de grote attractie is het meer met flamingo's. De grootste kolonie in Afrika leeft hier en het meer kleurt helemaal roze van de miljoenen vogels. We denken eerst dat er stro op de oevers ligt, maar bij nadere inspectie blijken het resten van dode flamingo's te zijn. Gelukkig zijn er nog zat over.

Ons meegebrachte lunchpakketje gaan we verorberen op de baboonclif met mooi uitzicht over het meer. In plaats van bavianen krijgen we bezoek van hagedissen en een paar klipdassen die graag een kruimeltje mee-eten. Grappige beestjes die hier wel erg tam zijn gemaakt door de toeristen.

Na de lunch rijden we weer naar beneden voor een game-drive. We zien kaapse buffels en weer vele antilopes. Maar we worden toch weer getrokken door het meer waar we dit keer veel pelikanen, maraboes, ibissen, visarenden, geel gebekte ooievaars zien. Maar dan weer rijden en dit keer komen we neushoorns buffels van erg dichtbij, bavianen, giraffen en colobus (oftewel franje-}apen tegen. Best een goed resultaat, en daar nemen we een drankje en een snackje op bij één van de dure lodges in het park. Lekker hoor, milkshakes en friet.

Malaria en schorpioenen

Als we terugkeren blijkt het op de camping ook heftig geweest te zijn. Gerard heeft malaria en is flink ziek, Sandra is heel verkouden en Foekje is gestoken door een schorpioen. This is Africa man!! Maar alles komt weer goed, de steek was niet zo heel erg, Sandra knapt op en Gerard neemt een lading medicijnen zodat hij de volgende dag fit genoeg is om te rijden.

Vanuit Nakuru rijden we richting de grens met Tanzania. Dit vruchtbare berggebied rond de riftvallei is het dichtsbevolkt van Kenia. Veel dorpjes en stadjes, en overal zie je de golfplaten daken in het landschap, beetje zonde. De mensen zijn hier ook niet zo aardig als in Ethiopië, veel agressief vragen om geld enzo.

Gezinsleven

Aan het eind van de middag stoppen we bij een lokale familie om te kamperen. Deze mensen zijn wel aardig en we mogen een kijkje nemen bij hun huisjes. Hier woont een man met zijn drie vrouwen en vele kinderen en kleinkinderen. Iedere vrouw heeft een huisje, de man niet. De man heeft wel een eigen opslaghutje, evenals de vrouwen. Ook de oudste kinderen hebben met hun vrouw een huisje op het erf, en verder zijn er wat hutten voor het vee. Terug bij de truck zingen we met de vele kinderen, troosten Ajou, die van streek is omdat zijn baasjes ook niet fit zijn, en gaan we na het eten vroeg naar bed.

We nemen vroeg afscheid van de familie en gaan richting de grens. De formaliteiten worden afgehandeld en we rijden Tanzania binnen. Wat een verschil met Kenia. Het land is minder druk bevolkt, er staan weer mooie hutten, de mensen zijn aardiger en alles lijkt dus beter.

Weer noodweer

Behalve het weer dan, want het is bewolkt en halverwege de middag, als we het asfalt af zijn en over zandwegen richting Serengeti rijden, begint het te regenen. Het gaat van zacht tot keihard, en er vormen zich aardige riviertjes langs en op de weg. Bij een grote rivier zien we een auto staan. De Mzungu (blanken) vragen ons of we ze willen trekken, hij start niet meer en de moter klonk raar. Diagnose: door te hoog water gereden waardoor de moter is opgeblazen. Wij kunnen ze niet helpen en gaan bovendien de verkeerde kant op (weg van de bewoonde wereld). Er rest hun weinig anders dan voorlopig te schuilen in hun auto.

Tegen 5 uur bereiken we onze beoogde kampeerplaats in de bush. De plek is echter extreem drassig maar Gerard oordeelt dat zijn supertruck dat wel aan kan. Een beoordeingsfoutje dus, de truck trekt diepe sporen in het gras en na 10 meter kunnen we niet meer voor- of achteruit. Onze helden Gerard, Sandra, Johnny, Werner, William en Bennie gaan in de stromende regen de truck uitgraven en met behulp van onze zitplanken (waarvan er 2 sneuvelen) de truck uit de drek loodsen. Wij blijven op ons luie gat in de truck wachten tot de klus geklaard is. Je hebt nu eenmaal werkpaarden en sierpaarden, nietwaar?

Eenmaal uit de drek moeten we wat anders verzinnen. Kamperen ziet niemand meer zitten maar gelukkig weet Gerard een politiepost even terug waar we mogen staan. We kunnen in een lokaaltje slapen en hoeven dus geen tentjes op te zetten, een geluk bij een ongeluk. Wel een hoop gekibbel die avond over snurkers, verschoven matjes en ondere irritaties, maar dat hoort er een beetje bij moeten we maar denken.

Per toerbeurt wild spotten

De volgende morgen is het gelukkig droog als we naar de Serengeti toe rijden. Bij de poort mogen we er echter niet in omdat er een rivier te hoog staat. Na veel vijven en zessen mogen we toch en rijden we vol verwachting het park in. We hebben groepen gemaakt die per toerbeurt bovenop de truck mogen. De mutsi's, onze eigen drinkende en kibbelende oerstam met veel opsmuk die permanent bovenop de truck zat, moet dus naar beneden maar dat gaat, geheel tegen hun natuur in, zonder morren.

Het noordelijke deel van de Serengeti kent veel begroeing, dat door de regen ook nog eens extra groen is. Slecht voor wild spotten, maar toch zien we zebra's, impala's, thompson en grant gazelles, een paar olifanten, hartebeesten, nijlpaarden, struisvogels, secretarisvogels, wrattenzwijnen, bavianen en meerkatten. De rivier blijkt voor ons een makkie, twee vingers in de neus en gaan met die banaan. En op een gegeven moment spot Johnny een leeuw in een boom. Heel vreemd voor een leeuw, maar ja het is een kat en die hebben een hekel aan het vele gevallen water. Het is wat ver weg, maar we genieten van ons eerste roofdier in het wild. Hoewel de aantallen een beetje tegenvallen zien we dus een grote verscheidenheid aan dieren en kunnnen we aan het eind van de dag dus best tevreden zijn.

Kamperen tussen het wild

We kamperen in het midden van de Serengeti op een niet beveiligde campsite. Op weg naar de douche is dat dus schrikken geblazen als Patrick de dames van achteren besluipt. En 's nachts sluipen er hyena's om het kamp, duidelijk hoorbaar door hun typische geblaf. Volgens Johnny was er ook een leeuw op bezoek, en er is veel commotie in het midden van de nacht. Maar niemand heeft iets gezien en dus blijft het bij mooie ontbijtverhalen.

We staan om 5 uur op zodat we bij de eerste lichtstralen kunnen gaan rijden. Dat is de beste tijd om wild te spotten en we zien al snel leuke kleine dikdiks en een jakhals, gevolgd door een kudde giraffen. Verder dezelfde dieren als de dag ervoor maar in grotere aantallen, behalve de olifanten. Bjzonder is een op hol geslagen buffel, gevolgd door een viertal gieren. Daar moet wel iets mee gebeurd zijn.

Grote vlakten

We rijden nu naar het oosten, richting de grote vlakten waar de Serengeti om bekend staan. Al snel zien we daar iets wat lijkt op een hyena. Later blijkt dit echter een zeer zeldzame aardwolf te zijn, heel bijzonder. Na het checkpoint, waar we bijna tamme vogeltjes en muizen zien, komen we bij de grote kuddes zebra en gnoes. Een machtig gezicht zulke hoeveelheden wild. En ook de eerste leeuwen duiken op, een moeder met drie welpen. Later gevolgd door 2 maal 2 mannetjes en dan 2 mannetjes die een zabra verorberen. Daar omheen zit een groep hyena's die ook wel wat lusten en natuurlijk gieren. Het is net een natuurfilm, maar dan live.

We rijden de Serengeti uit en het Ngorongoro reserve in. Weinig verschil, maar Ajou mag hier even uit de truck omdat de regels en het toezicht hier wat minder streng is. Honden mogen namelijk niet in de parken en Ajou heeft dus twee dagen in de truck opgesloten gezeten. Het beestje gaf geen kik en we zijn dus allemaal trots op hem. Na het piesen moet hij meteen weer terug in zijn hok en dan kunnen we door.

Opgravingen

Langzaam wordt het landschap wat bergachtiger. We betreden het land van de Masai en komen wij de Olduvai gorge. Hier zijn bij opgravingen de skeletten gevonden van de voorvaderen van de mens. Er is een klein museumpje dat we bezoeken. Verder genieten we van het uitzicht op de gorge en de mooie vogeltjes. Dan rijden we door richting de Ngorongoro krater. Het wordt fris als we omhoog rijden maar de uitzichten zijn mooi. Ondermeer een vallei vol ooievaars trekt aan ons voorbij en natuurlijk mooie masai krijgers. En als we bij de rand komen kunnen we alvast een blik werpen in wat ook wel de Hof van Eden genoemd wordt. Het duurt dan nog even voordat we bij de camping komen en brood gekocht hebben, maar om 4 uur maken we kamp tussen de andere tenten. Wel even wennen voor ons, zoveel andere kampeerders in de buurt.

Dierentuin

Onze groep wordt in vieren gesplitst om met landrovers de krater in te trekken. Zodra we beneden komen zien we al veel wil lopen. De krater is zo groot als de noordoostpolder maar bevat zoveel wild dat het wel een dierentuin lijkt. Bovendien zijn de dieren gewend aan auto's, zodat ze mooi blijven staan als we naderen, wel een beetje vreemd overigens. We zien weer buffels, jakhalzen, zebra's, gnoes, grant en thompson gazelles, zwijnen, hartebeesten en olifanten. Dan naar het alkalinemeer in het midden waar weer mooie flmingo's zitten. Bij de moerassen zitten kraanvogels, ooievaars (gewone en geelgebekt), ibissen, hamerkoppen, lepelaars, reigers en ga zo maar door. Dan weer naar de vlaktes en ja hoor, daar zijn de leeuwen. Dan de zeldzame zwarte neushoorns (niet zwart maar zo genoemd omdat het "wide" van de andere soort verbastert is tot "white") en nijlpaarden bij een poel. Veel van hetzelfde dus, maar nu ook van dichtbij. Bij de leeuwen stonden zelfs zoveel landrovers dat wij er geen zicht meer op hadden, wel een beetje gek eigenlijk.

Om 11 uur rijden we de krater weer uit zodat we om 12 uur weer bij de truck zijn. Lekker lunchen en ook hier is een klein museum over de omgeving, zeer informatief. En dan rijden we de kraterrand af en gaan door het mooie landschap naar Mto wa mbu, het centrum van de masai, waar we vroeg aankomen zodat we uit kunnen rusten van de vermoeienisssen van de afgelopen. dagen. Dit doen we echter aan de bar, zodat er nog al wat bier vloeit. En als er drank is in de vrouw, dan worden ze wel eens emo, zeker als ze mijmeren over de mooie reis die bijna ten einde is.

Het bezoeken van een wildpark is natuurlijk een must als je naar Afrika gaat. Je moet echter altijd wel enigszins mazzel hebben om bijzondere dieren te zien. Ondanks de regen die de laatste tijd veel gevallen is mogen we zeker niet klagen. De dierentuin die Ngorongoro krater heet heeft ons niet eens nog niet eerder gespotte soorten hoeven laten zien.

Ga terug naar: Ruig terein naar Kenia

Ga door naar: De laatste loodjes in Afrika

Ga naar het overzicht van Afrika

Wereldreis zonder vleugels