Gastenboek E-mail update Reislinks

Ruig terein naar Kenia


Belevenissen vooraf
Voorgaande reizen
Algemene zaken
Europa
Rusland
China
Vietnam
Cambodja
Thailand
Maleisië en Singapore
Indonesie
Laos
Turkije
Griekenland
Italie
Afrika
Weer thuis

Datum: 26-31 December 2002

Lees op onze Engelstalige website meer over crossing the Chalbi Desert.

Om het Omo-gebied uit te komen moeten we door zwaar terein onderlangs de Ethiopische riftmeren. Dan komen we aan op de asfaltweg naar de Keniase grens. Maar daarna is het weer ploeteren geblazen door de Gabi woestijn. We passeren en passant nog de Gkapri en Samburu stammen voordat we weer bij het riftgebergte aankomen en uiteindelijk aankomen bij Nakuru.

Stortbui

Als we bij de Hamar vertrekken zien we de bui al hangen. Donkere wolken boven de bergen waar we langs rijden en even later zitten we er middenin. Eerst regent het zachtjes en denken we het wel uit te zingen, maar dan gaat het plots erg hard en moeten we snel de zeilen aan de truck hangen om nog een beetje droog te blijven. En zo kunnen we weer verder, maar niet voor lang. Op verschillende plekken komen grote waterstromen van de bergen af, en de weg is op sommige plaatsen zelfs een enigszins weggespoeld. Johnny, Werner en William verkennen de doorgang en alternatieve routes en zo komen we door de stromen en met omwegen door de bush weer verder.

Dan gaan we weer omhoog de bergen in. Het is inmiddels weer wat droger, maar dat betekent niet dat de problemen over zijn. Betonnen bruggen zijn weggeslagen, en regelmatig moeten we de truck uit om stenen voor de wielen te leggen om de hordes te kunnen nemen. Maar alles gaat nog aardig voorspoedig, totdat we weer op de weg komen waar we op de heenweg een truck uit de rivier moesten trekken.

Waterstaren

Dit keer staat het water nog een stuk hoger. De oever aan de andere kant is weggeslagen en een doorgang is op deze manier dus onmogelijk. Er staat een horde landrovers aan de andere kant en de blanken daaruit staat samen met een horde Afrikanen een beetje naar het water te kijken. Wij aan de andere kant, waar de toegang naar de rivier geleidelijk via stenen gaat, proberen wel een oplossing te vinden.

Werner, onze kok en stoere vent, waadt naar de overkant om daar, waar het probleem zit, de mensen aan het werk te zetten. Even verderop staat een grote shovel en de bestuurder daarvan staat ook tussen de menigte. Na enig aandringen gaat die achter het stuur om de oever te verlagen en rivierbodem te verhogen. Het vereist nog wat discussie om hem ervan te overtuigen dat hij stenen van onze kant moet halen om e.e.a. te verstevigen maar ook dat komt hij doen. Als het er redelijk uitziet grijpt Gerard zijn kans en duwt de truck de rivier in. Wij springen er snel op en onder groot gejoel bedwingen we de rivier. Althans, dat denken we. Aan de andere kant komen we de oever niet op.

Vereende krachten

Met vereende krachten wordt dat weer stenen sjouwen. Werner moet ook weer in het water om de sleepkabel onder de truck uit te krijgen en een ander groot wergtuig komt ons te hulp. Ondertussen horen we de toeristen van de landrovers (duitsers en belgen) klagen over die Hollanders die voordringen en "hun" aangelegen oevertje weer aan gort rijden. Maar ja, zonder die Hollanders hadden ze er nu waarschijnlijk nòg gestaan. In ieder geval lukt het ons nu om in een uurtje weer weg te zijn. We belonen de Afrikanen die ons geholpen hebben, maar door de commotie die dit geeft gaan we snel verder. We vergeten hierbij wat spullen waarvoor we met drie man weer terug gaan. De commotie blijkt dan over en de andere toeristen ook aan de overkant, dus "all's well that ends well".

We vervolgen onze weg terug naar Konso zonder problemen. In Konso staan we even stil om inkopen te doen. Dan slaan we af richting Yabello, dat op de asfaltweg naar Kenia ligt. Maar eerst nog een keer bushcamp. En dit keer is het echt bush, er komen zowaar nieteens lokale kinderen kijken. Veel dieren zitten er in dit gebied helaas ook niet, onderweg zien we slechts blauwe korhoenders en wat dik-diks, met zo'n 40 cm de kleinste antilopesoort.

De volgende morgen weer vroeg op want we hebben nog een eind door woest terein te gaan voordat we het asfalt bereiken. Ook hier heeft het de afgelopen tijd veel geregend en dat is te merken. We moeten weer enkele malen van de truck om stenen voor de wielen te leggen. Maar onze supertruck doet het beter dan enkele landrovers die we tegenkomen. 2 van de 4 van een groep van Baobab zitten vast. Ze zijn ook niet zo bijdehand om op elkaar te wachten en elkaar te helpen. In plaats daarvan vragen ze ons om ze eruit te trekken. Maar een kabel hebben ze niet, die zit in de voorste landrover die al door is. Ja, dan houdt het voor ons ook op natuurlijk.

Kleurrijke Bonara

Yabello is toch nog vlot bereikt. Vanaf hier is het asfalt naar de grens met Kenia. We scheuren de dorpjes van de Bonara in hun kleurige mensen dus rap voorbij. Hier en daar stoppen we wel even om ze te bewonderen. Maar we scheuren vooral door om op tijd bij de grens te zijn. We handelen daar nog net op tijd de paperassen af, het is vrijdagmiddag en anders zouden we tot maandag moeten wachten. Maar het gaat goed en we staan even later in het Keniase plaatsje Moyale. We maken hier kamp bij het wildlife reserve, een kleine campsite met beperkte faciliteiten.

De volgende morgen zorgen we ervoor dat we op tijd voor de slagbomen staan om de wildernis van Kenia in te trekken. Dit gebied wordt geteisterd door Somalische veedieven en daarom moet er in konvooi gereden worden. Maar vanwege de verkiezingen rijden er geen vrachtwagens en het konvooi bestaat dus alleen uit onszelf. In afwachting van het konvooi doen we inkopen in het stadje en drinken we wat bij een barretje. We ontmoeten twee Australische meisjes die hier al een paar dagen vastzitten. Ze haasten zich echter niet, moeten nog geld wisselen zodat we ze geen lift kunnen geven. Een Japanner is een stuk vlotter en die gaat dus wel mee.

Saai Kenia

In Kenia is het weer afgelopen met het asfalt. Woest terein is ons deel en ook hier heeft het de laatste weken geregend. Regelmatig moet de vierwielaandrijving aan maar we slepen ons er aardig door. Het is niet zo erg als het een paar dagen eerder geweest moet zijn, we zien de plekken nog waar trucks hebben vastgezeten. Het landschap is verder niet zo interessant, in het begin zien we nog wat dik-diks en korhoenders, maar daarna weinig meer. Aan het eind van een lange rijdag slaan we vlak voor Marsabit af, om aan de rand van de Chalbi-woestijn kamp te maken.

's Nachts worden we aangevallen door een paar duizend torretjes. Tijdens het eten weten we ze nog een beetje te ontwijken door bij het kampvuur te gaan zitten, maar de volgende morgen vinden we ze overal. Dagen erna zullen we ze terugvinden tussen de tentnaden, in de truck en tussen de kleren. Vooral Jan en Duko nemen ze te grazen, wat leuke discussies oplevert tussen deze twee toch altijd al luidruchtig kibbellende lui. Hier verdienen ze definitief hun bijnaam "Peppi en Kokkie".

De Chalbi woestijn is door de regen groener dan ooit. De begroeiing is vooral doornachtig, maar groen. Hoewel sommigen dit het mooiste landschap van Kenia vinden, vinden wij het maar saai. OK, wat bergen zorgen voor wat variatie, maar de begroeiing is veelal hetzelfde en er is weinig wild, wat struis- en andere vogels, that's it. Het wordt pas interessant als we de eerste leden van de Gkapri stam zien. Prachtige mensen maar als we ze willen fotograferen blijkt dat Kenia toeristischer is dan Ethiopië. Ze vragen maar liefst 100 shilling per foto, zo'n 1,5 €. Daar trapt dus niemand in, dan maar stiekem. Verder best aardige lui, maar na 10 minuutjes gaan we weer verder.

Samburu krijgers

De truck heeft het bij tijd en wijle best zwaar, we laten nog even wat lucht uit de banden lopen voor meer grip, maar dat maakt het niet veel beter. regelmatig nemen we alternatieve routes, al is het onderscheid met de "weg" sowieso moeiijk te zien. Na een rivierbedding, meestal droog, maar nu behoorlijk nat, trekken we omhoog, de woestijn uit en de bergen in. We komen op het terein van de Samburu, sterk verwant aan de Masai, maar bij hun trek naar het zuiden uit Soedan hier achtergebleven. Mooie mensen weer, maar ze doen weer moeilijk bij het fotograferen. Na het dorpje South Horr staat er weer eens een truck vast. Weer willen we helpen, maar hebben ze geen goede kabel. We gaan dus maar door, wat ons op wat boze blikken komt te staan. Even later maken we kamp op een mooie locatie in de bergen.

Het land van de Samburu is dun bevolkt. Het centrum van het gebied is het stadje Maralal, dat we na een bergpas bereiken. Maralal kennen we van het boek "de blanke Masai" over een vrouw die getrouwd is geweest met een Samburu (verkeerde naam dus, maar wel een leuk boek). We zijn dus allemaal benieuwd of we iets herkennen. Dat is niet echt het geval, het is een klein stadje waar het druk is op straat en waar veel Samburu's rondlopen. Veel kleine afrikaanse winkeltjes, maar ook hotels (van afrikaanse kwaliteit natuurlijk) en restaurantjes, ja zelfs een hard rock café, al is die niet bepaald van de bekende keten. Het stadje is een vreemde combinatie van het zich ontwikkelende Afrika en de oermensen van de Samburu.

Voordat we kamp maken zien we onze eerste zebra's. Mooi natuurlijk en we blijven er even kijken. Als we onze tentjes opzeten krijgen we al snel bezoek van de Samburu. Eerst van kinderen, waar onze Japanner mee gaat spelen. Dan van een groepje mooie krijgers, die opvallend goed Engels spreken. Geleerd op school, maar na hun opleiding gingen ze wel terug om krijger, en daarna herder, te worden. Heel vreemd om met deze mensen Engels te kunnen praten. Ze hebben ook horloges, een radio en een fiets, maar van een fototoestel schrikken ze toch. Als Patrick een foto van Toon direct kan laten zien en vertelt dat hij die op kan sturen, willen ze één voor één ook wel. We wisselen adressen uit en nemen afscheid, want het wordt donker en hun kudde moet terug naar het dorp.

De evenaar

De volgende dag doen we het laatste stukje naar Nakuru. We passeren de evenaar en steken de Grote Rift Vallei weer over. Hier in Kenia betekent dit een toeristische stop met een groot bord en souvenirstalletjes. En op de evenaar een bakje water met een klein gaatje aan de onderkant. Loop je 20 meter naar het noorden gaat het water de ene kant op draaien en loop je naar het zuiden dan gaat het de andere kant op. Leuk hoor.

Het is het eind van een aantal lange rijdagen die ons van de oerstammen in Ethiopië tot voorbij de Samburu in Kenia bracht. Vreemd dat dit stuk zulke slechte (of eigenlijk geen) wegen heeft, dat bevordert het toerisme niet. Maar het heeft wel iets avontuurlijks om door bijna onherbergzaam terein te reizen, zeker als er veel regen gevallen is. De truck heeft zich er goed doorheen geslagen, en wij ook.

Ga terug naar: Terug in de tijd: De Oerstammen

Ga door naar: Wild Spotten

Ga naar het overzicht van Afrika

Wereldreis zonder vleugels