Gastenboek E-mail update Reislinks

Terug in de tijd: De Oerstammen


Belevenissen vooraf
Voorgaande reizen
Algemene zaken
Europa
Rusland
China
Vietnam
Cambodja
Thailand
MaleisiŽ en Singapore
Indonesie
Laos
Turkije
Griekenland
Italie
Afrika
Weer thuis

Datum: 19-25 December 2002

Lees op onze Engelstalige website meer over Reaching the Omo Valley by Overland Truck, African Tribes en an African Christmas.

Zuidelijk EthiopiŽ is het terrein van de oerstammen. Met name de Omovallei zit nog vol met deze mensen die nog in de pure natuur leven. De wegen zijn er slecht begaanbaar en de elementen hard. We zien ondermeer de Dorse, Tabor, Ari, Mursi, Bana en Hamar mensen, ieder met hun eigen uiterlijk en levenswijze.

Meer meer

Na het Langano meer zijn er nog een paar meren in de rift vallei die we passeren. Er rondom staan bergen, maar vaak ook een Afrikaanse vlakte met vooral acacia bomen. We zien veel kuddes grazen, maar er is ook akkerbouw. Voorlopig nog weinig droogte, het land lijkt aardig vruchtbaar. Aan het eind van de middag verlaten we het asfalt. We rijden omhoog en maken kamp op de flanken van een berg met prachtig uitzicht op het Abaya meer.

Als we de volgende morgen ons hoofd uit ons tentje steken weten we niet wat we zien. Er is een minimarktje ingericht met doeken, sjaals en petjes, allemaal in felle kleuren. Terwijl we ontbijten en het kamp afbreken wordt er handel gedreven, en als we vertrekken is menigeen een sjaal rijker en weer wat birrs armer.

Bijenkorf-mensen

De twee handelaren liften met ons mee verder de berg op naar Chencha. Dit is het gebied van de Dorse-stam. Zij maken het beste textiel in EthiopiŽ en we komen dus nog veel meer kraampjes tegen op weg naar boven. We stoppen een paar keer om nog wat aan te schaffen en het spinnen en weven te bewonderen. Ook zien we een vrouwtje diep voorovergebogen met de hand van klei de mooiste potten en kannen maken. Handige mensen, die Dorse.

Chencha is de grootste stad in het Dorse gebied. Hier staan nog de traditionele hoge hutten, een soort bijenkorven van 11 meter hoog. Hier stoppen we en nemen een kijkje buiten en binnen. De hutten zijn ruimer dan dat je van buiten zou zeggen. Ook voor het vee is er binnen plaats, en voor wat opslag. Koken doen ze ook gewoon binnen en als we bij de tweede hut een koffieceremonie krijgen staat de hut dan ook aardig blauw van de rook. We proeven ook nog wat van wat de mensen van de stam van de nep-bananenboom maken, maar dat is geen succes. Evenmin als de kinderen, die wel heel hardnekkig blijven zeuren om "pen, money, birr". Maar als we vertrekken staan ze wel leuk langs de weg te swingen en acrobatische toeren uit te halen.

We keren terug bergaf naar het meer om via het asfalt naar het stadje Arba Minch te rijden. Hier tanken we en doen we inkopen. Als we de stad weer uitrijden is het definitief gedaan met het asfalt, vanaf nu moeten we door het stof. Hoewel, tot nu toe hebben we nog regelmatig een bui gehad dus dat stof valt wel mee. Het is hier ook nog behoorlijk groen en er wordt veel verbouwd, vooral bananen. Maar we rijden ook nog steeds langs een meer, eenmaal over de bergketen zal dat wel anders worden....

Rugzak-mensen

Langzaamaan beginnen we aan de klim richting Konso. Hier komen we in het gebied van de Tabor. Bij deze stam is het wel heel duidelijk dat de vrouw het werk doet. We komen er erg veel tegen met grote zakken op hun rug. Ze hebben er helemaal een holle rug van gekregen. Ze zijn ook te herkennen aan hun dubbele rokken en hun vlechtjeskapsel. Eenmaal in Konso komen er vooral mannen om de truck staan. Zij proberen houten poppetjes aan ons te verkopen. Deze zijn typisch voor de Tabor-stam, bij het overlijden maken ze een pop van de overledene, zijn familie en eventueel vijanden en plaatsen deze op het graf.

Na Konso dalen we een stuk af voordat we kamp maken op een stukje land. Benny, onze Israelische kampvuurmaker gaat direct hout sprokkelen, maar dat levert problemen op. Gerard heeft al een wachter aangesteld en die is in een felle discussie met een paar andere locals. Het blijken de eigenaars van het stukje land te zijn. Ze vinden het niet erg dat we er kamperen, maar we moeten van hun brandhout afblijven. Als Gerard ze 10 birr geeft (iets meer dan een euro) geeft zijn de gemoederen gesust en komen ze zelfs helpen om hout aan te slepen.

Eerste hulp

Het wordt een koude nacht op de bergflank maar we hebben goede hoop dat we nu echt de warmte ingaan. We nemen plaats op de truck maar moeten er na een half uurtje alweer af. We moeten door een rivier heen (de brug is 2 jaar geleden weggeslagen) maar een tegenligger blokkeert de weg. Hij kan niet voor of achteruit en dus moeten we hem er eerst uittrekken voor we verder kunnen. De eerste poging mislukt en daarom besluiten we de vastzittende truck eerst achteruit te laten rijden, dan het gat opvullen met stenen, en dan met onze truck weer overheen te trekken. Dit lukt tot grote vreugde van ons en alle locals. Met een uur vertraging kunnen we verder. Achteromkijkend zien we de volgende truck zich alweer vastrijden. Wegwezen hier!!

Regen

We vervolgen onze weg en krijgen al snel een bui op ons kop. We hopen na de volgende bergketen in beter weer terecht te komen en inderdaad klaart het wat op. Het landschap is nog altijd heel groen en het is duidelijk dat het ook hier flink geregend heeft. Er staan veel termietenheuvels tussen de prikkelige begroeiing die normaal wat dorrer zou moeten zijn. We betreden het leefgebied van de Bana en de Hamar stammen. We zien er af een toe al een paar staan en stoppen even bij een plaatsje waar er meerderen staan. Deze mensen hebben nog veel dierenvellen, kralenkettingen en metalen armbanden aan en we staan ze een tijdje aan te gapen. Andersom ook, en na 10 minuutjes staren gaan we weer verder, waarbij we er twee een lift geven.

Bij een dorpje op de volgende bergketen zetten we de twee meerijders af. Even later ontmoeten we tijdens onze lunch een paar meisjes, die we uitgebreid fotograferen in ruil voor wat birrs en wat eten. Erg leuk om deze mensen zo te zien, we zouden ze het liefst meenemen. We rijden echter weer door en verdomd als het niet waar is, het begint weer te regenen. Dit schijnt erg uitzonderlijk te zijn, maar wij beginnen te twijfelen aan dat soort uitspraken. Tot aan Jinka, waar we bij een hotel/camping gaan staan blijft het regenen.

Ari

Gelukkig wordt het toch nog even droog zodat we een kijkje kunnen nemen op de markt. Jinka is het centrum van het Omogebied en op de markt kunnen we dus mensen van verschillende stammen verwachten. Dit valt echter een beetje tegen, het zijn vooral de "gewone" stadse mensen die we op de markt zien. Het is natuurlijk best leuk om er rond te stappen, er wordt van alles op de grond uitgestald en verkocht. Maar het is door de regen ook ťťn grote modderpoel en dus houden we het al snel voor gezien. We gaan nog wel even op een terrasje zitten, waar we met een stel kinderen spelen en nog een groep zingende Ari-vrouwen langskomt. Eťn van hen gaat trouwen en is mooi uitgedost. Zo zien we toch nog wat bijzonders.

Voor de volgende dag staat een bezoek aan de Mursi gepland. Dit is de stam waarvan de vrouwen grote schotels in de lip dragen. Ze leven vrij geÔsoleerd, zo'n 60 km van Jinka via slechte wegen te bereiken. Door de regen zijn die wegen zo slecht, dat we er niet heen kunnen. In plaats daarvan worden we naar een Ari-dorpje gebracht, waar we even rond kunnen kijken. De Ari zijn al vrij ontwikkeld, dragen bijvoorbeeld geen traditionele kledij. Maar het is wel leuk om in en om hun hutjes te kijken hoe ze leven. Ze gaan ook nog even voor ons zingen en dansen, maar dit stelt niet veel voor. Wat dronken mannen fluiten en hummen wat en stappen in het rond. Zelfs Han kan meedoen, dus dat zegt genoeg.

We besluiten de 12 km terug naar Jinka te lopen. Uiteraard lopen er een aantal met ons mee, maar we kunnen ze aardig negeren. Op een gegeven moment horen we gezang. Het komt uit een kerkje, het is zondag en dus is er een dienst. Als we voor de ingang staan worden we direct uitgenodigd. We mogen op de voorste banken plaatsnemen, en men gaat weer door met zingen. Dat is nog eens andere koek dan in onze kerken, zo fanatiek als er gezongen wordt. De preek van de priester is wel even langdradig als bij ons, zeker omdat we er niets van begrijpen. Na een tijdje nemen we dus weer afscheid van de vriendelijke mensen, want we moeten nog een eind lopen.

Het zonnetje komt door en het wordt nog flink heet. Het gaat bergop en -af en is dus flink vermoeiend. De mensen onderweg zijn over het algemeen heel aardig, op wat vervelende meelopers na. Uiteindelijk komen we een beetje moe maar voldaan in Jinka aan. Daar rusten we de rest van de middag wat uit, wachtend op wat komen gaat...

Lipschotel-mensen

Als Mozes niet naar de berg kan, moet de berg maar naar Mozes komen. Er blijken een tiental Mursi's naar Jinka gekomen te zijn voor de markt en die worden opgetrommeld om bij ons op bezoek te komen. Om 5 uur stonden ze voor de poort, We zetten wat banken voor ze neer en er komt een jerrycan lokaal vocht aan te pas om er wat leven in te krijgen. en dat is niet tevergeefs. Eťn voor ťťn komen ze overeind om even te dansen, al is het maar de vraag of dit een traditionele dans is of dat zee het terplekke verzinnen. Ze hebben er zelf in ieder geval de grootste lol om. Tenminste, totdat er eentje een beetje vervelend wordt. Het ontaardt bijna in een ordinaire vechtpartij, maar dat gaat weer over als de lastpost afgevoerd wordt. En wij maarr fotoos nemen.

Helaas zijn er maar 2 vrouwen bij, die bovendien geen schotel bij zich hebben om in hun lip te proppen. Maar er is wel te zien hoe die lip opgerekt is. Bovendien zijn ze mooi beschilderd en hebben ze ook nog twee baby's meegenomen, die aan de tiet hangen. Al met al zijn we dik tevreden met hun optreden, al is het beter dat ze na het eten vriendelijk doch dringend verzocht worden om weer te gaan, want ze worden steeds lastiger. Het blijkt toch een eenvoudig volk, die Mursi's.

Boterhoofd-mensen

We hebben nÚg een dag in Jinka en dit keer gaan we naar een dorpje 21 km verderop waar het markt is. Het is weer regenachtig weer en als we aankomen zijn we bang dat alles in het water gevallen is. Er is nog geen sprake van een markt en we zitten ons maar een beetje te vervelen in de dichtgemaakte truck. Maar even later wordt het droog en langzaam maar zeker verschijnen er mensen. Veel mensen van de Bana stam verschijnen er en die staan net zoveel naar ons te kijken als andersom. De vrouwen hebben hun haar in een soort vlechtjes, maar dan met boter bij elkaar gehouden. Op hun hoofd dragen ze vaak de kalebas die ze ook gebruiken om uit te drinken. Veel sieraden en een dierenvel completeren de verschijning.

We wandelen wat rond op de steeds drukker wordende markt. We schieten wat fotoos, tegen betaling of stiekem, en spelen met de kinderen. Op een gegeven moment staan we te voetballen met een paar kinderen waarbij we omringd worden door zo'n 50 man. Lachen als er een hoge bal op ze afkomt, helaas lukt het niet om ze te leren koppen. Ook Gerard heeft een hoop bekijks als hij midden op de markt gaat zitten en de mensen langs laat komen om eieren in te slaan. Iedereen verkoopt 2 of 3 eieren en Gerard moet er natuurlijk erg veel hebben. Leuk om op deze manier onderdeel uit te maken van de lokale markt, al klaagt onze gids Abebe dat hij niets kan kopen omdat enkelen van ons de prijzen opgevoerd hebben.

Terug in Jinka bezoeken we met een groepje nog een gezinnetje waarvan de zoon gesponsord wordt door een voormalige Amfibie Treks reiziger. Hele aardige vrouw met nog 4 andere jonge kinderen (de gesponsorde jongen zit op school in Addis Ababa) terwijl de vader vertrokken is. We krijgen koffieceremonie, gebakken aardappels en fruit en praten wat via de tolk Abebe. 's Avonds komt ze nog even kijken bij onze truck en dan kunnen we haar het gezinsportret geven, geschoten met onze camera en geprint met Sandra's laptop. Ze is er duidelijk erg blij mee.

Kerstavond bij de Bana

We vertrekken uit Jinka om via een rondje van een paar dagen Omo-vallei terug te keren op de weg naar Kenia. We geven een oude bekende van Gerard een lift en deze blijkt chief van een Bana dorpje te zijn. We mogen bij zijn dorpje kamperen en in no time staan er weer vele mensen van deze oerstam naar ons te kijken. Typisch dat de chief en zijn directe familie in "gewone" kledij rondlopen, en de meeste anderen nog in dierenvellen zijn uitgedost.

Er wordt afgesproken dat de Bana om 4 uur bij de truck komen dansen. Voor die tijd willen we nog even bij het dorpje gaan kijken. Tevergeefs lopen we door de bush om het te vinden, en het blijkt nog aardig moeilijk om de weg terug weer te vinden. Als we om 15.45 uur terugkeren blijkt de dans al in vole gang. Er blijken wel meer dan 100 prachtig uitgedoste Bana mensen te zijn. Ze voeren verschillende dansen uit waarbij de mannen de vrouwen uitdagen en andersom. En wij maar weer fotoos nemen. Aan het eind mogen we nog even meedoen, al staan we maar een beetje te tobben.

Eerder die middag is er een geit gekocht en geslacht voor ons avondmaal. Ook de dansers is een maaltijd beloofd, er vanuit gaand dat er een stuk of 10 of 20 zouden zijn. In de geest van kerstavond eten wij vandaag dus maar geen vlees en rijst zodat er genoeg is voor de Bana. Het is trouwens een mooi gezicht om ze te zien eten. De vrouwen krijgen geen geit, maar het kookvocht slurpen ze wel mee uit een teiltje. De rijst wordt een beetje samengeknepen en van onderaf in de mond gegooid. En alles met een gretigheid waar je van staat te kijken. Ondertussen staat op de achtergrond het Stille nacht al aan.

De meeste Bana mensen blijven na hun maaltijd een beetje rond de truck hangen. We praten met handen en voeten met ze, nemen fotoos (grote hilariteit als ze die op onze digitale camera terugzien) en staren elkaar een beetje aan. Het is ronduit geweldig om zo tussen deze oermensen te staan. Na onze eigen maaltijd, die bescheiden is maar mooi aangekleed uiteraard met kaarsjes, zijn de meesten verdwenen. Een paar meisjes blijven echter met ons dansen op westerse muziek. En zo beleven we een heel speciale kerstavond.

Eerste kerstdag nemen we weer afscheid van de vriendelijke mensen in het Bana-dorpje. We rijden verder naar Turmi, het grootste dorp in het Bana gebied. Hier moeten de papieren van de truck gecontroleerd worden en wij nemen dus maar een drankje in een lokaal cafeetje. Het is eigenlijk gewoon een hut waar we erg hartelijk worden onthaald. Als we eenmaal een drankje hebben komen ook een paar mooi uitgedoste Bana mensen hun spullen verkopen. Er wordt weer flink gehandeld met armbanden en kettingen, en wij kopen een mooie hoofdsteun, die men hier in plaats van een kussen gebruikt.

Na Turmi stoppen we om water te halen bij een pomp, te lunchen en eventueel te badderen in de nabije ondiepe rivier. Dezelfde rivier moet de truck oversteken, wat hij met een flinke snelheid doet om niet vast te komen zitten in het drijfzand. Het lukt en we vervolgen onze weg langs de rivierbedding naar de vlakte. Onderweg moeten we nog een keertje van de truck af omdat een deel van de weg is weggeslagen en de truck over een smal randje verder moet. De achterwielen duwen nog een stukje weg de afgrond in maar hij haalt de andere kant en we kunnen verder.

Hamar oermensen

Even later rijden we vanuit de bergen de vlakte op, met aan de horizon de bergketen waarachter Kenia ligt. We blijven echter langs de bergen rijden en maken vroeg kamp op de vlakte. Hier krijgen we al snel bezoek van een paar Hamar-vrouwen. Deze stam is zeer verwant aan de Bana en zien er bijna hetzelfde uit. Alleen hebben zij soms een metalen plaatje op hun voorhoofd, en stalen ringen rond hun nek. Het wordt weer een leuk tafereeltje met elkaar aanstaren, fotoos nemen (meestal stiekem, want deze mensen weten echt niet wat dit is en zijn dus erg schuw) en spelen met de hond Ajou.

Alles lijkt nieuw voor deze mensen, die vanwege het woeste gebied waar ze leven waarschijnlijk nooit eerder blanken hebben gezien. Sommigen echter wel, zij vragen om betaald te worden voor een foto, en de volgende morgen willen ze ons zelfs een jong hondje verkopen. Het blijkt moeilijk om ze dit soort dingen niet aan te leren, want we willen graag fotoos van deze mooie mensen maken en we willen ook graag hun sieraden kopen. Maar enige ruilhandel kan geen kwaad, en zij zijn erg blij met ons afval: plastic flessen, melkpoederbussen en wat dies meer zij. En verder maar staren en van elkaar afvragen wat ze denken.

De Hamar zijn de laatste oermensen die we in EthiopiŽ bezoeken. Later zullen we nog wel meer stammen tegenkomen, maar die zijn al meer gewend aan het "westerse" leven. Dat leven rukt sterk op, en het is maar de vraag hoelang deze mensen op hun traditionele wijze blijven voortbestaan.

Ga terug naar: Relaxen aan het Langano meer

Ga door naar: Ruig terein naar Kenia

Ga naar het overzicht van Afrika

Wereldreis zonder vleugels