Gastenboek E-mail update Reislinks

Turbo-toerisme rond Bangkok


Belevenissen vooraf
Voorgaande reizen
Algemene zaken
Europa
Rusland
China
Vietnam
Cambodja
Thailand
MaleisiŰ en Singapore
Indonesie
Laos
Turkije
Griekenland
Italie
Afrika
Weer thuis

Datum: 19-22 Augustus 2002

Lees op onze Engelstalige website meer over Kanchanaburi and the River Kwai en Ayutthaya Historical Park.

Watervallen in de buurt van Kanchanaburi

Nu we eindelijk bezoek uit Nederland hebben kletsen en roddelen we wat af. Maar John en Mary zijn niet alleen voor de gezelligheid hierheen gekomen; ze willen ook nog wat van Thailand zien. Komt mooi uit, want wij zijn Bangkok zo onderhand wel zat en willen er ook wel weer op uit. En dus nemen we maandagmorgen meteen de trein naar Kanchanaburi. Hier ligt de befaamde brug over de rivier Kwai en er zijn ook nog andere uitstapjes te maken. Daarna doen we ook nog even de oude hoofdstad Ayuthaya aan, voordat we naar het noorden reizen.

Ervaren reizigers...

Als ervaren reizigers nemen we John en Mary bij de hand en leiden ze via express boot naar het Lopburi treinstation, honderduit vertellend over het openbaar vervoer in Bangkok. Kunst, Bangkok kennen we zo onderhand wel en dit tripje hadden we al eens als voorbereiding gemaakt. Maar als we bij het station in een songtjaw (omgebouwde vrachtwagen) worden geladen snappen ook wij het niet meer en zijn we weer net zulke groentjes als onze vrienden. De songtjaw brengt ons naar wat het eigenlijke station blijkt te zijn. Maar eenmaal daar staat onze trein niet klaar. De vertrektijd is allang verstreken en dit zijn we niet gewend in Thailand. Blijkbaar staat deze spoorlijn los van de rest van Thailands spoorwegen. Gelukkig komt het allemaal goed en een uurtje later vertrekken we dan eindelijk.

Na een rustige treinrit, waarin John als turbotoerist al aardig wat fotoos schiet, maar ook nog even de oogjes sluit, naderen we kanchanaburi. Een jongen van C&C guesthouse komt wat folders laten zien en omdat dat precies het guesthouse is dat we zelf al uitgezocht hadden, gaan we met hem mee. Jammer alleen dat hij niet zo goed is in namen, nou ja, Plastic is ook een leuke naam.

Kanchanburi blijkt veel groter dan we verwachtten. In plaats van een lief klein plaatje aan de rivier zien we grote, lange, geasfalteerde straten. Het guesthouse voldoet gelukkig wel aan de verwachtingen, rustige hutjes aan de rivier gelegen met vriendelijke mensen. Na wat gegeten te hebben biedt men direct een bootritje aan om ons langs de bezienswaardigheden te brengen. Prima, hoeven we niet te fietsen.

Flapperwangen

Rustig stappen we in het gereed liggende bootje en nemen we achter elkaar plaats. Zodra de moter gestart wordt is het uit met de rust. De enorme staafmixer wordt in het water geplaatst en er wordt flink gas gegeven. Als we denken "zo, dat gaat hard" doet hij er tot 3 keer toe nog een schepje bovenop totdat onze wangen over onze oren dreigen te klappen. We hebben nauwelijks de gelegenheid om de omgeving te bekijken. Wat wel opvalt is de grote hoeveelheid drijvende disco's en karaokebars er een eindje verderop liggen afgemeerd. Even later stoppen we bij onze eerste bestemming.

Herinneringen aan een spoorweg

Die eerste bestemming is een grot, waar we door twee kinderen naartoe geleid worden. Onderweg en in de grot veel boedha's, maar niet echt spectaculair. Door maar weer, nu naar een kerkhof van krijgsgevangenen die zijn overleden tijdens het bouwen van de dodelijke spoorlijn van Thailand naar Birma. Hier liggen ook een heleboel Nederlanders, wat ons eigenlijk wel verbaasde. Tuurlijk, we wisten dat er ook Nederanders hadden meegewerkt, maar gezien de geringe Nederlandse aandacht hiervoor, konden dat er toch nooit veel zijn.

Als we hierna naar het Jeath (Japan, Engeland, Australie, Thailand, Holland, en het rijmt op death) museum gaan en daar op de hoogte worden gebracht van wat zich hier heeft afgespeeld, zijn we echt flink onder de indruk. Maar liefst 13000 Nederlanders zijn gestorven tijdens de bouw van de Death railway (ter vergelijking, 19000 Britten en 5000 AustraliŰrs). Overigens stelt het museum niet zoveel voor, veel krantenkipsels en wat schilderijen. Het museum is ook enigszins dubieus, 1 van de (Nederlandse) artikelen vraagt zich af wat er met alle toegangsgelden gebeurt, toch zo'n paar ton per jaar. Het wordt in ieder geval niet in het onderhoud van het museum gestoken.

Na het museum gaan we nog een kijkje nemen bij de bekende brug over de rivier Kwai. Overigens is hij niet hetzelfde als in de film, en het museum heeft ons duidelijk gemaakt dat de omstandigheden in het echt ook wel even erger waren dan in die Oscarwinnaar. Heel indrukwekkend om hier te lopen. We verbazen ons ook over het grote aantal Japanners die hier rondlopen met een air van, dit hebben wij maar mooi gebouwd!

Toedeewanei

C en C guesthouse organiseert ook trekkings in de omgeving van Kanchanaburi. Wij besluiten op een two days one night (klinkt vooral op zijn Thais-Engels erg grappig, vraag John en Mary om te imiteren) trekking te gaan. De volgende morgen worden we dus in een songtjaw geladen op weg naar de eerste bestemming. Al direct blijkt dat het programma uit de folder flink door mekaar gehusseld wordt. Bovendien zal het bestaan uit het flink heen en weer scheuren tussen de bezienswaardigheden.

We beginnen met het bezoeken van de Erawan watervallen. Je hebt maar liefst zeven plateaus om deze watervallen te bekijken. Wij willen alle zeven zien en ook nog zwemmen, dus moeten we nog flink doorwandelen en -klimmen om alles te zien. Maar het was zeer de moeite waard, en eigenlijk jammer dat we er maar drie uur hadden om daar rond te hangen. Hierna weer scheuren (Mary, ietwat ge´rriteerd: "Hey Schumacher") waarna we werden afgezet bij een olifantenfarm voor een ritje olifantje rijden. Op zich was het ritje een beetje saai, en zaten de olifantentemmers met ijzeren haken in de oren van die beesten te poeren als ze niet luisterden. Maar het hoogtepunt was een klein olifantje die erg schattig was en de hele rit mee liep. Eenmaal afgestapt wilde John iets uit zijn tas halen, het kleine olifantje dacht toen "hÚ, die aardige meneer heeft iets te eten meegebracht", waarop hij John van achteren te grazen nam. Onder luid gelach van ons natuurlijk.

Vanaf het eindpunt van de olifantenrit zijn we naar de Sai yok noi watervallen gelopen. Ook mooi, maar helaas regende het op dat moment en besloten we maar een colaatje te pakken in een cafeetje tot we weer worden opgepikt. Dan, met weer een nieuw groepje en andere truck vervolgen we de weg naar de tigercave. Gewoon weer een grot, niet echt bijzonder.

Aai, poesje

Van de tijger grot naar de tijger tempel. Hier zijn jonge tijgers door monniken groot gebracht waardoor ze aan mensen gewend zijn, en toeristen ze mogen aaien!! Een beetje zenuwachtig lopen we een soort steengroeve in en ja hoor, daar zijn ze. Twee tijgers met een paar monniken als bewakers. We krijgen instructies om 1 voor 1 de tijgers van achteren te benaderen, terwijl van voren de foto genomen kan worden. Sabine gaat eerst, heeft ze het maar gehad. Maar als ze geweest is wordt de tijger een beetje onrustig, gaat staan, wil aandacht. De monikken voorkomen dat hij naar de toeristen kijkt, maar krijgen hem niet meer rustig. Dan maar de ander erbij gehaald, die is wel rustig te krijgen. En zo kan de een na de ander, al dan niet met knikkende knietjes, met de tijger op de foto. Toch wel indrukwekkend, zo'n enorme poes.

Bij de tempel (geen tempelgebouw gezien overigens) zijn ook nog wat kooien met andere dieren. Tijgers en een luipaard die op wat latere leeftijd hier gebracht zijn, en dus niet buiten mogen spelen. En nog wat gibbons, die buiten aan een ketting zitten. Ook deze kunnen we aaien en blijken heel schattig. Wanneer je stopt met aaien pakken ze je hand om hem weer terug op hun koppetje te zetten, dooraaien graag!! Heel schattig, maar we vinden het wel zielig dat ze niet gewoon in de bomen kunnen slingeren.

Jungle kamp

Nog helemaal vol van de dieren jumpen we weer in de truck om naar onze overnachtingsplaats te gaan. Na een tijdje rijden komen we aan op een prachtige locatie in de jungle aan een meer. We kunnen kiezen tussen een hut op het water of een boomhut. We kiezen het laatste en na het installeren nemen we nog even snel een duik, via een tokkelbaan die over het water gespannen staat, erg geinig natuurlijk. Even later staat er een heerlijke maaltijd klaar en wordt ook het kampvuur ontstoken. En zo blijft het nog lang onrustig, lekker roddelen over de Veen rond het kampvuur.

Hellevuur

Als we weer ontwaken en al dan niet een duik hebben genomen staat ons ontbijt al te wachten. Helaas begint het dan te regenen en dus gaan we in poncho op een raft om ons over het meer te brengen. Lekker rustig kabbelen we over het water om aan de andere kant weer in een truck te worden geladen. Op naar de Hellfire pass. Dit is ook weer een onderdeel van de death railway, waar de krijgsgevangenen met pikhouweel en dynamiet door een granieten berg moesten graven. We zien de passage, waar nog wat bielzen liggen en wat gedenkstenen geplaatst zijn. De Australische regering (die wel!) heeft hier ook een museum gefinancierd waarin we nog eens de geschiedenis kunnen herbeleven. Onvoorstelbaar dat er in Nederland totaal geen aandacht is voor wat hier met zoveel landgenoten is gebeurd. Als je hier bent begrijp je pas de verontwaardiging van de Nederlandse oud-krijgsgevangenen.

Hup, in de truck en door naar de hot springs. Nou ja, hot..... In een paar zwembaadjes wordt met een tuinslang lauw-koud water aangevoerd. Dat we toch even willen badderen verbaast onze gids en hij meldt vlug dat we maar 10 minuten hebben. OK, snel omkleden dus en dan mekaar lekker nat spuiten met de tuinslang. Snel weer omkleden en dan de truck weer in. Helaas, die staat in de modder en kan niet wegkomen. Duwen dus, met zijn allen en gelukkig komen we na een paar minuten toch weg.

Snel door naar het station vanwaar we het laatste stukje death railway (de rest van de spoorlijn naar Birma is direct na de oorlog weer afgebroken) per trein gaan afleggen. Maar eerst lunch. Alle tijd, wordt ons gemeld, maar even later moeten we toch vooral opschieten om de trein te halen. Eenmaal in die trein moeten we nog een keertje overstappen om in een met toeristen volgepropte trein over een sfeervolle brug te rijden. Vlak daarna stapt iedereen weer uit en vervolgen we in een vrijwel lege trein de rest van het stuk terug naar Kanchanaburi.

Lekker raften....

Terug bij de brug wacht ons nog een rafttripje terug naar het hotel. Maar daar moeten we nog wel anderhalf uur op wachten, of we moeten gewoon terug lopen. Maar geen nood, wij pikken wel even een terrasje. Na de anderhalf uur keren we dus terug om nog eens een half uurtje te moeten wachten alvorens onze "vriend" van C&C guesthouse opduikt. Hij blijkt al aardig aan de bieren te hebben gezeten en zo ook het meisje dat ons ook op de raft begeleid. Heel fijn, zo dobberen we de rivier af met 2 dronken gidsen en 6 ge´rriteerde toeristen. Een leuke tour achter de rug, maar sommige onderdelen, waaronder deze rafttrip, hadden beter weggelaten kunnen worden.

Fietstocht langs tempels

De volgende morgen verlaten we C&C guesthouse om op weg te gaan richting Chang Mai. Hiertoe nemen we eerst de bus in twee delen naar Ayathuya. Daar aangekomen hebben we de hele middag om de tempelru´nes in deze oude hoofdstad van Thailand te bekijken. Dus na de lunch op de fiets en door het drukke verkeer richting de tempels. We zien mooie oude stupa's, deels vervallen, deels nog redelijk intact. Vele boedha's waarvoor het zelfde geldt. Het meest gefotografeerde boedhahoofd (omklemd door de wortels van een boom) wordt ook door ons gekiekt evenals vele andere plaatjes terwijl we dwalen door de ru´nes. Naast de verwoeste tempels (in 16zoveel werd de stad door de Birmezen "bezocht") bezoeken we ook nog een intacte en een nieuwe. Met name het contrast en de aanvulling hiervan maken het plaatje compleet. Helaas moeten we door een dreigende onweerswolk vroegtijdig te paard (stalen ros), want het is allemaal even mooi.

We sluiten de dag af met een diner op een drijvend restaurant, alvorens we de fietsen inleveren en op de nachttrein naar Chang Mai stappen. De uitstapjes rond Bangkok (Kanchanaburi en Ayathuya zijn beiden met dagtrips te bezoeken) zijn zeer de moeite waard. Het verdient aanbeveling om, indien mogelijk, er wat meer tijd voor uit te trekken dan de tourtjes doen. Wij razen weer door, want voor twee weken zijn we ook turbo-toerist.

Ga terug naar: Weerzien met Bangkok

Ga door naar: Lekker trekken in Noord-Thailand

Ga naar het overzicht van Thailand

Wereldreis zonder vleugels