Gastenboek E-mail update Reislinks

Tja, Georgetown


Belevenissen vooraf
Voorgaande reizen
Algemene zaken
Europa
Rusland
China
Vietnam
Cambodja
Thailand
Maleisië en Singapore
Indonesie
Laos
Turkije
Griekenland
Italie
Afrika
Weer thuis

Datum: 27 Juli - 5 Augustus 2002

Georgetown op het eiland Penang voor de kust van Maleisië ademt de sfeer uit van een oude chinese stad. Waar steden als Hongkong en Singapore door de jaren heen sterk veranderd zijn heeft Georgetown zijn sfeer behouden. Uiteraard zijn ook de twee andere belangrijke bevolkinggroepen van Maleisië, de maleise moslims en de Indische Hindoes, aanwezig, maar de chinezen voeren de boventoon. Veel bijzonders heeft de stad verder niet, voor ons is het een tussenstation tussen Indonesië en Thailand.

De snelle ferry...

In Bukit Lawang regelen we een ticket voor de ferry Medan-Georgetown. Binnen 4 uur van Indonesië naar Maleisië. Jaha, dat is dus alleen het varen. We vertrekken om 5 uur (!!) uit Bukit Lawang om maar op tijd in Medan te zijn. Dat lukt, want er is op dat tijdstip bijna geen verkeer op de weg. Om 7 uur is het kantoor van de ferry ook nog niet open. We zijn niet de enigen, overigens. We konden geen taxi delen vanuit Bukit Lawang omdat we de enigen zouden zijn. Dat is hetzelfde als twee Engelsen te horen hadden gekregen, en nu zitten we met zijn vieren in Medan. Ach, we zijn dit soort gelieg inmiddels wel gewend.

Om 8 uur gaat het kantoor dan open. We regelen onze instapkaarten en nemen plaats in de bus, die ons naar de havenstad Belawan brengt. Alles nog aardig volgens schema, de boot vertrekt om 10 uur. Vanuit de vertrekhal zien we hem al klaarliggen, maar de douane staat nog niet klaar. Wachten dus, inmiddels horen we dat de boot pas om 11 uur vertrekt. En inderdaad, pas om 11 uur kunnen we de douane door en de boot op. Vanwege de lange rij duurt het dus tot 12 uur voordat iedereen zit en de boot weg kan.

Om half 1 gaan we dan ook. 4 uur varen in Indonesië betekent dat we om 5 uur aankomen. Valt nog mee, het is nog licht. Maar de douane bevindt zich op de boot, en wij staan achterin de rij. Het is 6 uur (7 uur Maleise tijd) en bijna donker als we de haven uitlopen. Totale reistijd: 13 uur. Tja...

Chulia street

Arriveren in de avond is altijd lastig. Samen met het Engelse stel hebben we een taxi genomen, maar de hotelletjes waar we langsrijden blijken vol. We stappen maar uit en voeren onze truc uit: twee wachten met de rugzakken bij een cafeetje, en de andere twee gaan op hoteljacht. En zo vinden we een kamer met douche, maar zonder toilet (?) in hotel Swiss, een chinees (?) hotel in Chulia street, de backpackerstraat van Georgetown.

Chuliastreet zit vol met hotels en restaurants. Maar het is ook een drukke straat met veel verkeer. Een echt backpackerssfeertje hangt er dus niet. Bovendien willen we toch wel een toilet op onze kamer, piesen onder de douche is niet zo netjes. De volgende dag dus weer op jacht. Maar de meeste hotels hebben geen kamers met toilet. Tot we bij 75 Traveller's lodge aankomen. Chinees Jimmy ontvangt ons daar bijna met open armen en we nemen onze intrek in een schone kamer. We zitten een straatje verder dan Chulia street, iets rustiger dus en dat bevalt ons wel.

Verkenningstocht

De rest van de dag verkennen we Georgetown. We zetten koers naar de koloniale buurt. We verwachten iets te vinden als in Kuala Lumpur of Singapore, maar het valt wat tegen. We passeren wel wat koloniale gebouwen, maar het mist een paar uitschieters. Na verkeerd gelopen te zijn, we moeten nu langs een kade klauteren waar de vissers ons verbaasd aangapen, komen we via een markt uiteindelijk bij het fort Cornwallis. Weer een teleurstelling, we kijken tegen wat lage muren aan met hier en daar een kanon. Uiteindelijk komt de klokketoren in beeld, en daar moeten we het dan maar mee doen.

Dan maar op zoek naar little India. Wederom zoeken geblazen, waar is ons voorproefje op het drukke, smerige, maar fascinerende India? Uiteindelijk vinden we een straatje met winkels vol sari's, Indiase films, curry-restaurants etcetera. Interessant, maar we hebben de indruk dat India toch anders is. De prachtig gekleurde Hindoe-tempel kan nog wel op een bezoekje van ons rekenen. De rituelen en mensen daarbinnen blijven ons fascineren.

Vanuit little India gaan we weer terug Chinatown in. Tja, wat moet je ervan zeggen, veel eetkraampjes, smakkende en rochelende chinezen, een tempel waar van alles en nog wat vereerd wordt, gokken. We zijn het wel gewend van de chinezen, maar wennen kunnen we er niet aan. Het blijven rare jongens.

Ietwat gedesillusioneerd komen we terug bij ons guesthouse. Jimmy heeft daar plaatsgemaakt voor Mister Lo, een schat van een man. Ook hij wil onze namen weten en is erg enthousiast. Voelen we ons toch een beetje thuis.

Shoppen

De volgende dag besteden we aan shoppen. Eerst wat souvenirshops, maar al snel blijkt alles razend duur. Wel leuk om de beelden die we in Sarawak kochten hier terug te zien voor een 5-voudige prijs. Toch nog niet zo slecht gedaan. Dan gaan we naar het grote winkelcentrum. Veel luxe winkels hier, we kijken vooral naar electronicazaken en vergelijken de prijzen met die in Nederland. Geen schokkende verschillen, hoewel het hier wel iets goedkoper is. Dan zien we een software winkel. Alle mogelijke software is hier te koop voor een schijntje. Duidelijk gekopieerd dus, we verbazen ons er over dat dat zomaar kan in een winkel.

Chinese Opera

Terug in het guesthouse lezen we wat op het prikbord over een chinese opera en de mogelijkheid daar achter de schermen te kijken. Hebben we nog nooit gezien, ook niet in China en dus vragen we Mister Lo waar we moeten zijn. Hij verwijst ons naar de chinese tempel waar al een groepje mensen staat te babbelen met de chinese gids. Hij vertelt ons waar we heen moeten lopen en als we daar zijn is hij er ook weer. We wandelen met hem verder tot we uitkomen bij een soort bouwkeet met steigerdelen opgebouwd en blauw bouwzeil afgedekt. Dit blijkt de kleedkamer te zijn van de operasterren. We mogen naar binnen waar ze druk bezig zijn om zichzelf op te maken en de kostuums aan te trekken. Wij lopen wat in de rondte en maken fotoos van de acteurs en van onszelf met pruiken op. Ook komen we erachter dat de achterkant het minipodium vormt waar straks blijkbaar op gespeeld wordt. We vragen ons af waar we in beland zijn.

Onze gids neemt ons mee om wat te drinken voordat de voorstelling gaat beginnen. Als we terugkomen is er nog niemand op komen dagen op de straat voor het podium. Er staan ook geen stoelen of niks en wij staan daar dus als enig publiek wat onwennig te kijken. Dan klinkt er een harde gong en kan het sektakel beginnen. Zowaar komen er een paar oude chinezen als publiek op de gong af. Men staat, heeft zelf een stoel meegenomen of zit op een brommer of in een ricksja. Wij zijn allang blij dat we niet het enige publiek zijn.

De show begint met de hoofdpersoon die een heel verhaal in het chinees afsteekt. Ook zingt hij wat maar de kwaliteit van het geluid, de stem van de acteur en het chinees als zangtaal laat veel te wensen over. Zeg maar gerust dat het zo vals was dat het pijn deed aan de oren. Onze gids probeert ons veel uit te leggen, maar het blijft voor ons weinig interessant. Na een tijdje verschijnen er meer mensen ten tonele, maar het wordt er niet beter op. Onze gids begrijpt dat en laat ons nog even achter de coulissen voor een fotootje van de hoofdrolspelers, en dan gaan we er vandoor. Leuk om deze uitstervende chinese kunstvorm van dichtbij gezien te hebben, maar er was eigenlijk niks aan.

Penang hill

Tijd om maar eens even buiten de stad te gaan kijken. Met de bus gaan we richting Penang Hill, een heuvel net buiten de stad. Maar eerst komen we langs de Kek Lok Si tempel. Dit is weer een grote verzameling tempels, met vele boedha's. Vooral mooi van een afstandje, van dichtbij niets bijzonders. Om er te komen moesten we langs een grote hoeveelheid souvenirshops en ook in en bij de tempels is van alles te koop. Maar we laten ons niet gek maken, hoewel, toch nog wat chinese munten en houtmodellen gekocht als kadootjes voor thuis.

Dan naar Penang Hill zelf. De bus er naartoe vinden we niet zodat we er maar heenlopen vanaf de tempel. Beneden aan de heuvel staat een heus treinstation. Het spoor loopt onder een hoek van 45 graden omhoog, zodat de treinstellen ook schuin gebouwd zijn. Het treintje gaat heel traag omhoog en zit stampvol. Maar toch leuk en met af en toe mooie uitzichten.

Boven op de heuvel gaan we even wat lunchen. We doen dat met een Surinaamse moeder en haar kind van 5 die we in het treintje tegen kwamen. We babbelen wat over haar en onze reis. We vinden het heel wat om als alleenstaande moeder met een jong kind een dergelijke reis te ondernemen. Daarmee vergeleken is onze reis appeltje-eitje, toch?

Penang Hill heeft nog een Hindoe-tempel en Moskee, maar de eigenlijke attractie is het uitzicht. Helaas, het is wat nevellig zodat er geen goede foto van te maken is. We moeten het dus maar doen met ons geheugen en met een fotootje van de slangen (adders) in de tuin van het restaurant. en dan maar weer per trein naar beneden en per bus terug naar Georgetown.

Strand en kapper

Nieuwe dag, nieuwe kanzen, nieuwe prijzen. Vandaag gaan we naar het strand. Batu Ferringi is de badplaats van Penang en daar gaan we eens een kijkje nemen. We hebben iemand ontmoet die kapper is in Batu Ferringi Hotel en omdat Sabine wel aan een knipbeurt toe is gaan we daar eens kijken. Het hotel blijkt net buiten het dorpje te liggen, maar dat is maar goed ook. In het dorp is het water vervuild door de grote hoeveelheden hotels en toeristen, zodat we hier beter af zijn. We genieten een paar uurtjes van de zon en de zee en gaan dan naar het hotel. Eenmaal binnen schrikken we echter zo van de prijzen dat we snel weer buiten zijn. Terug in Georgetown gaan we naar de kappersschool, waar Sabine voor een schijntje 2 uur onder handen genomen wordt. Het resultaat is een prachtig fÖhn-kapsel, dat buiten snel weer ongedaan gemaakt wordt.

De vrijdag wordt besteed aan het opsturen van onze souvenirs. We kopen er nog wat bij en in een winkeltje bij het postkantoor helpt een man ons om er een flink pakket van te maken. Hij is zo bezig dat hij het vrijdaggebed mist, maar dat is voor een keer niet erg, zegt hij. Op naar het postkantoor en versturen maar die handel. Dit is vanuit Maleisië relatief goedkoop, en nu maar hopen dat het ook aankomt.

We ontmoeten in Georgetown weer van alles en iedereen. Daniël uit Canada die we in Sulawesi ontmoet hadden loopt hier weer rond en ook Alec en Deborah uit Italië. Met hen dineren we en we nemen een foto van ze die we op de e-mail naar hun ouders sturen. In ruil daarvoor krijgen we later wat fotoos uit Bukit Lawang, omdat de onze mislukt waren.

Minder interessant

Omdat we behoorlijk lang in Georgetown zitten moeten ook de minder interessante dingen bezocht worden. Zaterdag bezoeken we de botanische tuinen. Valt dus tegen, alleen de apen zijn aardig, maar ook niet bijzonder. Zondag het museum, waar alles over iedere bevolkingsgroep vertoont wordt. Alleen een videootje van een festival is leuk. Andere videootjes zijn nog in de maak, helaas.

Eilandtour

Maandag is onze laatste dag op Penang. Ter afsluiting boeken we een toertje over het eiland, zodat we echt alles hier gezien hebben. Onze gids is een chinees, die honderduit vertelt. Hij brengt ons langs vele tempels, een birmese, een thaise, de slangentempel (waar wat slangen zich in de tempel ophouden) en een tempeltje gebouwd rondom een maat 55 voetstap van "naar men zegt" de eerste wereldreiziger, Ho Cheng. Ondertussen wijst hij ons ondermeer op de "ninja's", in het zwart gesluierde vrouwen uit het midden-oosten, die met hun man hier (in een bevriend moslim-land) op vakantie zijn.

De toer komt ook nog langs een fruitplantage, waar we allemaal verschillende soorten fruit proeven, en een batikfabriek. In een haventje zien we de vissersboten en we passeren moskees, het felblauw gekleurde ziekenhuis en het vliegveld. We eindigen bij de Kek Lok Si tempel. Hadden we al gezien, maar dit keer komen we bovenop bij het enorme beeld van de chinese godin van genade. Het complex hier omheen is nog in aanbouw maar ziet er indrukwekkend uit. Al met al een leuke tocht met een goede, humoristische gids. En nu hebben we werkelijk alles gezien en kunnen we Georgetown verlaten.

Georgetown en Penang blinken niet uit in mooie bezienswaardigheden. Het is een overwegend chinese stad, waar de tijd enigszins heeft stilgestaan. In een goed guesthouse kun je het er gerust een tijdje uithouden, genietend van het goede eten. Het water loopt al weer in de mond als we aan roti canai en murtabak denken. Dat was echt lekker! Maar dat is waarschijnlijk niet genoeg reden voor een tweede bezoek.

Ga terug naar: Aapjes kijken in Bukit Lawang

Ga door naar: Weerzien met Bangkok

Ga naar het overzicht van Maleisië en Singapore

Wereldreis zonder vleugels